Voor het eerst stelt een Nederlandse moeder die haar kind heeft moeten afstaan de Staat aansprakelijk voor het leed dat haar zou zijn aangedaan. Trudy Scheele-Gertsen zegt in de jaren zestig gedwongen te zijn haar zoon af te staan omdat ze ongehuwd zwanger raakte, meldt Trouw dinsdag.

De zorg voor ongehuwde moeders was er in die tijd op gericht om moeder en kind te scheiden, terwijl volgens advocaat Lisa-Marie Komp al in Nederlandse en internationale wetgeving was vastgelegd dat de band tussen moeder en kind in principe behouden moet blijven.

De toen 22-jarige Scheele-Gertsen heeft haar kind nooit willen afstaan, betoogt de advocaat. De moeder heeft naar eigen zeggen meermaals laten weten dat ze haar zoon zelf wilde opvoeden. In plaats daarvan zou het jongetje drie jaar in een tehuis hebben moeten wonen, voordat hij geadopteerd werd.

In die periode zou het kind veel hebben gehuild en hebben aangegeven dat hij zijn moeder miste. Scheele-Gertsen noemt de situatie "mensonterend" en wil daarom naar de rechter. Ze hoopt dat de rechtbank inziet dat ze haar zoon "gedwongen" heeft afgestaan.

Scheele wil duidelijkheid en erkenning voor haar leed

De nu 73-jarige vrouw wil dat de Staat het leed dat haar is aangedaan erkent, maar ze wil met de rechtszaak ook duidelijkheid krijgen over wat er precies met alle kinderen van alleenstaande moeders is gebeurd tussen 1956, toen de adoptiewet werd aangenomen, en 1984, toen abortus in Nederland werd gelegaliseerd.

Uit eerder onderzoek bleek al dat de Staat in de jaren vijftig, zestig en zeventig meer dan tienduizend alleenstaande moeders dwong hun kind af te staan. Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder steunt de zaak van Scheele-Gertsen, schrijft Trouw.

Voorzitter Will van Sebille laat weten dat zij "nog nooit" een vrouw is tegengekomen die niet onder druk afstand heeft gedaan van haar kind.