Bijna drie miljoen Nederlanders vormden in 2018 in hun eentje een huishouden. Dat komt neer op zo'n 17,4 procent van de bevolking, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag. Tien jaar eerder was dat aandeel nog 15,7 procent

Het statistiekbureau stelt dat voor bijna alle leeftijdsgroepen geldt dat inmiddels relatief meer mensen alleen wonen.

Dit geldt niet voor mensen in de zeventig en tachtig, doordat zij vaker naar een zorginstelling verhuizen. Het CBS telt ze dan niet meer mee als alleenwonenden.

Tevens zouden ouderen er minder snel alleen voor komen te staan doordat mensen gemiddeld steeds langer leven. Daardoor kunnen ouderen steeds langer samen zijn met hun partners.

Het aantal mensen in Nederland dat alleen woont, stijgt al sinds de jaren zeventig en dat blijft ook de komende jaren zo, aldus het statistiekbureau. "In 2035 zullen 3,6 miljoen Nederlanders in hun eentje een huishouden vormen, ruim een half miljoen meer mensen dan in 2018", schrijft het CBS.