Amsterdam verliest de strijd tegen georganiseerde misdaad, onder meer doordat de autoriteiten slecht inzicht in de drugsmarkt hebben. Dat blijkt uit het onderzoek De achterkant van Amsterdam, dat eerder op de dag al gelekt was naar De Telegraaf.

Volgens hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp, die het onderzoek hebben uitgevoerd, lukt het de politie, justitie en de gemeente niet om de echte misdaadstructuren aan te pakken.

"Voor de Amsterdamse politie heeft de aanpak van drugs nauwelijks prioriteit gehad de afgelopen decennia (alleen de uitwassen in de vorm van liquidaties krijgen volop aandacht). Het OM concentreert zich op afzonderlijke strafdossiers en niet op onderliggende structuren."

Zo zouden bijvoorbeeld gegevens niet worden verzameld of door verschillende diensten "op uiteenlopende manieren worden bijeengebracht". Dit zou ertoe leiden dat de verschillende soorten informatie niet met elkaar te rijmen zijn.

Criminelen maken gebruik van jongens en mannen met laag IQ

Volgens de onderzoekers is de Amsterdamse politie relatief succesvol in de aanpak en opsporing van liquidatiezaken, mede doordat de recherche nu ook beschikt over de ontsleutelde gegevens van de zogeheten PGP-telefoons.

"Naarmate men echter lager in de drugswereld komt, zeg maar afdaalt naar Amsterdams straatniveau, wordt de informatiepositie beperkter".

In het rapport wordt geschetst dat geharde criminelen graag gebruikmaken van jongens en mannen met een lager IQ, van rond de 80, die er graag "bij willen horen". "De hulpverlening in de stad ziet het gebeuren: 'Het is voor die jongeren een no-brainer om overal op in te gaan. Het maakt hun toekomst kapot'."

'Miljarden euro's waaieren uit'

De aanname van een deskundige in het rapport is dat miljarden euro's per jaar, vermoedelijk meer dan 10 miljard, "vanuit Amsterdam over de wereld uitwaaieren".

In het onderzoek wordt verder geschetst hoe Amsterdam gebukt gaat onder drugscriminaliteit. Zo zijn vergunningsaanvragen voor horeca in het voorjaar van 2019 bestudeerd. Dit waren er 337, waarvan bij 50 procent gebruik werd gemaakt van onderhandse financieringen. Liefst 35 procent van de financiers had een strafblad (waarbij zware verkeersovertredingen meetelden).

Burgemeester Femke Halsema laat in een reactie weten het geschetste beeld te herkennen. Zij had om dit eerste, verkennende onderzoek gevraagd en heeft meerdere maatregelen op de stapel om het probleem aan te pakken.

"Wat het Amsterdamse beleid vooral nodig heeft, is een lange adem. Terugdringing van de drugscriminaliteit vergt een collectief bewustzijn van het vraagstuk over een langere periode", aldus de onderzoekers. Zij stellen dat een aanpak zeker tien tot vijftien jaar volgehouden moet worden.

De Nederlandse politiebond (npb) roept in een reactie op het rapport minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid op "om vijfhonderd agenten vrij te maken voor een nieuwe landelijke recherche-eenheid die zich volledig richt op het ontmantelen van georganiseerde en zware criminaliteit".

Met deze nieuwe eenheid hoopt de voorzitter Jan Struijs van de npb dat er meer capaciteit komt voor opsporing en inlichtingen. "Het moet een soort Nederlandse FBI worden", aldus Struijs.