De kunstmest en chemicaliën die zijn aangetroffen bij de zes terrorismeverdachten die vorig jaar september zijn aangehouden in en rond Arnhem, waren voldoende om 0,5 kilo aan explosieven te maken. Daarmee hadden ze een grote ontploffing kunnen veroorzaken, zei de officier van justitie maandag tijdens een inleidende zitting voor de rechtbank in Rotterdam.

Op de kunstmest zijn DNA-sporen van een van de verdachten gevonden. De gevonden wapens leverden geen bruikbaar DNA-materiaal op.

"Maar gelukkig hebben we de beelden nog", verwees de officier naar de opnames die zijn gemaakt in een vakantiehuisje in Weert en in een busje, waar de verdachten contact hadden met een infiltrant van de politie.

Daarop is te zien hoe de zes oefenen met de wapens. Bij hun arrestatie hebben ze ook geprobeerd daarmee te schieten. Overigens waren de wapens van tevoren onklaar gemaakt door de politie.

Inhoudelijke behandeling laat nog op zich wachten

De inhoudelijke zitting van de rechtszaak laat nog bijna een jaar op zich wachten.

De zes verdachten moeten worden onderzocht in het Pieter Baan Centrum (PBC) en zitten daar steeds met twee tegelijk zes weken lang. Daardoor kan de rechtszaak waarschijnlijk pas in juni plaatsvinden.

Vier van de zes verdachten waren maandag bij de zogeheten pro-formazitting aanwezig. De verdachten zijn tussen de 21 en 35 jaar en zijn geboren in Arnhem of woonden in de stad. Twee verdachten zijn in Irak geboren en één verdachte komt uit Afghanistan.

AIVD tipte politie over aanslag

In april vorig jaar verstuurde de AIVD een ambtsbericht aan de politie met daarin de informatie dat hoofdverdachte Hardi N. van plan was een aanslag te plegen en dat hij op zoek was naar middelen hiervoor.

Hij zou Pride Amsterdam als doelwit hebben genoemd, maar dit is nooit concreet geworden.