De ouders van atleet Roelf B. begrijpen er niets van dat hun zoon in Hongarije is opgepakt voor drugshandel. Ze omschrijven hem in een interview met de Volkskrant als een zeer gedisciplineerde sporter.

B. en medeverdachte Gert-Jan N. werden vorige week op het festival Sziget gepakt met bijna 2.700 xtc-pillen en een flinke hoeveelheid marihuana. Ze verkochten de drugs vanuit hun tent op de festivalcamping.

De drugshandel van de twee zou goed zijn voorbereid. Zo vond de politie prijslijsten die onder de bezoekers van het festival circuleerden. Enkele dagen later werd ook in hun auto een flinke hoeveelheid drugs gevonden.

Er deden verhalen de ronde dat B. vorig jaar ook drugs zou hebben verkocht op Sziget. Volgens zijn vader is dat "uit de lucht gegrepen", omdat dit de eerste keer zou zijn dat zijn zoon naar het Hongaarse festival ging.

Een dergelijk festival was eigenlijk niet echt iets voor hem, zeggen zijn ouders. "Roelf ging nooit uit", zegt zijn vader tegen de Volkskrant. "Hij ging altijd om 23.00 uur naar huis, de anderen gingen dan nog door. Maar hij wilde per se 9,5 uur per nacht slapen, ook in het weekend."

Twee blijven maand vastzitten

De twee Nederlandse mannen hangt een hoge celstraf boven het hoofd. Als zij definitief worden veroordeeld, kunnen ze een verzoek indienen om hun straf in Nederland uit te zitten. Het duo blijft nog zeker een maand vastzitten in Boedapest.

Vanuit zijn cel zou B. om een elastische band hebben gevraagd, zodat hij door kon gaan met trainen. B. zou volgens zijn vader ook niet opmerkelijk veel geld hebben: "Dus hij heeft never nooit iets kunnen betalen aan die drugs."

De ouders hebben nog geen direct contact met B. gehad. Wel heeft zijn vader een briefje gegeven via de advocaat van de atleet. De ouders van B. hebben wel contact met de ouders van medeverdachte N.