Steeds meer mensen reizen steeds vaker per trein. Daardoor verwacht de NS dat de maximale capaciteit van het spoor al in 2027 in zicht komt, jaren eerder dan verwacht. Dat meldt het spoorbedrijf vrijdag tijdens de presentaties van de halfjaarcijfers.

Hoewel de NS op korte termijn veel nieuwe treinen in gaat zetten, blijft de spoorcapaciteit beperkt. Daardoor kan het bedrijf over tien jaar de dienstregeling nauwelijks meer uitbreiden en treinen op de drukste trajecten niet verlengen.

In de eerste helft van 2019 steeg het aantal per trein gereisde kilometers met 4,6 procent. Dat is meer dan de 2,2 procent waar de NS rekening mee had gehouden, en daardoor komt het spoorplafond drie jaar eerder dan verwacht in beeld.

De groei in het aantal treinen naar stations als Rotterdam Centraal, Schiphol Airport en Leiden Centraal is nog groter. Als de groei van het aantal reizigerskilometers nog verder toeneemt, dan bestaat de kans dat het spoor al in 2025 volgelopen is, aldus de NS.

'We rijden vaker op tijd'

President-directeur Rogier van Boxtel is blij met het toenemende aantal reizigers, "ook met oog op het klimaatakkoord".

Volgens een woordvoerder van de NS zijn er twee factoren aan te wijzen voor de snelle groei. "Ten eerste de aanhoudende economische groei, en ten tweede onze verhoogde prestaties. We rijden vaker op tijd en onze reizigers voelen zich veiliger in een steeds schonere trein."

Volgens directeur Van Boxtel is er dringend meer capaciteit nodig om de treinen te laten rijden. "De NS pleit er dan ook samen met de Mobiliteitsalliantie voor dat het budget voor ProRail versneld beschikbaar komt zodat zij de knelpunten in de infrastructuur voor 2027 op kunnen lossen". De Mobiliteitsalliantie is een brede coalitie van partijen uit de Nederlandse autowereld, de tweewielerbranche, het wegtransport en het openbaar vervoer.

'De trein is zo lang als het kortste perron'

Op enkele drukke trajecten kunnen treinen nu al niet meer verlengd worden, mede omdat cruciale perrons te kort zijn. "Een trein kan zo lang zijn als het kortste perron op de route", zegt een woordvoerder van de NS tegen NU.nl. "Als een perron niet langer kan zijn dan tien rijtuigen, kunnen we geen treinen laten rijden met twaalf."

De NS-woordvoerder noemt drie trajecten waar dat nu al een probleem is: Van Lelystad via Amsterdam-Zuid naar Den Haag, van Amsterdam via Utrecht en Arnhem naar Nijmegen, en van Amsterdam via Haarlem en Den Haag naar Vlissingen.

Ook is de frequentie waarmee treinen kunnen rijden niet altijd makkelijk op te schroeven, zegt de NS. Zo ligt er op het traject tussen Rotterdam en Den Haag slechts dubbelspoor - één naar het noorden en één naar het zuiden - waardoor intercity's vaak achter vertraagde sprinters blijven hangen.