Sjonny W. is maandag veroordeeld tot veertien jaar en vijf maanden cel met tbs en dwangverpleging voor het ombrengen van Mirela Mos in 2004. De man werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken van het doden van Sabrina Oosterbeek en Monique Roossien.

De rechtbank van Amsterdam zei zich te realiseren dat het oordeel pijnlijk moet zijn voor de nabestaanden van Oosterbeek en Roossien, maar dat het op basis van het dossier niet mogelijk is de man te kunnen veroordelen voor hun dood.

Hoewel twee deskundigen geen advies hebben opgegeven, vindt de rechtbank dat W. niet onbehandeld mag terugkeren in de samenleving. Daarom werd ook tbs opgelegd.

De 46-jarige W. heeft altijd ontkend iets te maken te hebben gehad met de verdwijning van de drie vrouwen. Hij kwam in beeld als verdachte na DNA-onderzoek en omdat hij de laatste persoon was die Oosterbeek in levenden lijve had gezien.

Oosterbeek verdween in 2017 nadat ze in de nacht van 7 op 8 maart naar W. toe was gegaan om drugs te scoren. Het lichaam van de vrouw is ondanks verschillende zoektochten nooit gevonden.

Omdat haar lichaam niet is gevonden en er geen ander spoor is aangetroffen dat de schuld van W. kan aantonen, werd de man in deze zaak vrijgesproken. Volgens de rechtbank kan niet worden uitgesloten dat de vrouw een natuurlijke dood is gestorven.

Familie Oosterbeek erg emotioneel

De familieleden van de vrouw reageerden erg emotioneel op de uitspraak. Ze hadden dit niet zien aankomen.

Er was hoop dat de man veroordeeld zou worden en mogelijk in ruil voor strafvermindering zou willen vertellen waar Oosterbeek gevonden kan worden. Dat is voor hen het belangrijkst.

De zus van Sabrina vertelde in een reactie dat hun hoop nu is gevestigd op een eventueel hoger beroep.

Man dankzij DNA-onderzoek in beeld bij cold cases

Drie maanden na de verdwijning van Oosterbeek werd W. aangehouden. De man was toen ook al in beeld in zaken rond de dood van twee prostituees in 2003 en 2004.

Het lichaam van Mos werd op 15 november 2004 gevonden. Haar lichaam was in stukken gesneden en verdeeld over vuilniszakken. Op een van die zakken werd in 2016 na nieuw DNA-onderzoek een spoor van de man aangetroffen.

Dat DNA-spoor is volgens de rechtbank een daderspoor. Er kan worden vastgesteld dat W. Mos heeft mishandeld en gewurgd met de dood tot gevolg.

"U heeft zich op een mensonterende manier van haar lichaam ontdaan", concludeerde de rechtbank. "Ze is afschuwelijk verminkt en als oud vuil weggezet."

Geen bewijs voor betrokkenheid bij dood Roossien

In het onderzoek naar de dood van Mos kwam W. ook in beeld als verdachte van het doden van Roossien. In de auto van Mos werd namelijk een minuscuul bloedspoor gevonden. W. is de enige connectie tussen de twee vrouwen.

Verder onderzoek aan het lichaam van Roossien leverde een spermaspoor op van W. Het zwaargehavende lichaam van de Groningse vrouw werd in 2003 gevonden door een voorbijganger op de Uitdammerdijk bij het IJmeer in Amsterdam.

De rechtbank stelt vast dat de vrouw door een misdrijf om het leven is gekomen, maar niet dat W. hierbij betrokken is geweest "of zelfs maar in de nacht van haar overlijden contact met haar heeft gehad".

Het ligt in de lijn der verwachting dat het Openbaar Ministerie (OM) in hoger beroep gaat.