Een op de twaalf Nederlanders is in 2018 slachtoffer geworden van digitale criminaliteit, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de politie.

Vooral tieners en jongvolwassenen werden de dupe van cybercrime. Volgens het onderzoek waren mannen net zo vaak slachtoffer als vrouwen.

De criminaliteit richt zich vooral op zogeheten vermogensdelicten. Dat overkwam een op de twintig mensen. Ze werden bijvoorbeeld opgelicht toen ze online iets wilden kopen, iemand slaagde erin geld van een rekening te halen, of ze trapten in een nepfactuur en raakten zo geld kwijt. Ook gijzelsoftware wordt hiertoe gerekend.

Meeste slachtoffers stappen niet naar politie

Een op de vijftig Nederlanders werd slachtoffer van hacken. Iemand logde in op hun e-mail-, Facebook- of Twitter-account, of op een van hun apparaten.

Verreweg de meeste slachtoffers stapten niet naar de politie. Ze dachten dat het niet zou helpen, dat het niet belangrijk genoeg was, of dat het helemaal niet kon.

De politie wil het daarom gemakkelijker maken om aangifte te doen. "Dat doen we bijvoorbeeld door internetaangifte voor veelvoorkomende vormen van digitale criminaliteit mogelijk te maken", verklaart Theo van der Plas, die bij de politie verantwoordelijk is voor de strijd tegen cybercrime.