De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) roept Europese regeringen op voor voldoende veilige havens in het Middellandse Zeegebied te zorgen, meldt Trouw.

Volgens directeur Annet Koster van de KVNR is het voor de veiligheid van bemanningsleden belangrijk dat vluchtelingen zo snel mogelijk van boord kunnen.

"De drenkelingen zijn vaak uitgeput en onzeker over hun toekomst, en hebben al lange tijd geen eten en drinken gehad. Hierdoor kunnen aan boord van een koopvaardijschip spanningen ontstaan."

13 procent van 12.179 bootvluchtelingen gered door commerciëlen

Uit cijfers van VN-vluchtelingenorganisatie UNHGR blijkt dat 13 procent van de 12.179 tussen juni en november 2018 opgepikte bootvluchtelingen gered werden door een commercieel schip, tegen 3 procent in diezelfde periode in 2017. Het is niet bekend hoeveel Nederlandse schepen reddingsacties hebben moeten uitvoeren.

De Nederlandse rederij Vroon laat aan Trouw weten dat haar mensen niet zijn opgeleid om de veiligheid van een grote groep migranten te garanderen.

De rederij refereert aan een incident in 2018, toen de rederij op last van het maritieme reddingscentrum in Rome 67 migranten aan boord nam. "Aan boord zijn onvoldoende wc's en met 35 graden in de schaduw zijn de omstandigheden voor die mensen vreselijk."

Reddingsschepen riskeren hoge boetes

Reddingsschepen van hulporganisaties worden niet toegelaten tot veilige havens in bijvoorbeeld Italië en Malta en riskeren hoge boetes als ze toch aanmeren.

Eind juni werden 53 migranten van het reddingsschip Sea-Watch 3 naar een haven op het Italiaanse eiland Lampedusa gebracht nadat het schip vijftien dagen had rondgedobberd. De kapitein van het schip werd opgepakt, maar al snel weer vrijgesproken door de Italiaanse rechter.