Het aantal studenten dat de afgelopen jaren op kamers is gaan wonen, is sterk gedaald. Van de studenten die in 2017 begonnen met een studie aan een universiteit, woonde 41 procent binnen zestien maanden op zichzelf. Voor de afschaffing van de basisbeurs, in 2014, was dat nog ruim 60 procent.

Het aantal hbo-studenten dat binnen zestien maanden na de aanvang van de opleiding op kamers woonde, halveerde in deze periode naar 11 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Door de afschaffing van de basisbeurs in 2015 is studeren een stuk duurder geworden. Studenten kunnen geld lenen om hun studie betalen, maar bouwen dan wel een studieschuld op.

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) noemt het "zeer verontrustend" dat de daling samenhangt met de invoering van het leenstelsel. "Daar moeten we de ogen niet voor sluiten, maar handelen", aldus bestuurslid Rico Tjepkema. Hij stelt dat op kamers gaan een belangrijk onderdeel is van de studententijd.

Inkomen ouders heeft weinig invloed

Uit een analyse van het CBS blijkt ook dat het inkomen van de ouders weinig invloed heeft gehad op de keuze om op kamers te gaan. Hbo-studenten met ouders in hoge welvaartsgroepen gaan iets vaker op kamers (11,6 procent tegenover 9 procent), maar dat was voor de afschaffing van de basisbeurs ook al zo.

Er bestaan verschillen tussen welvaartsgroepen in de doorstroom van de middelbare school naar een vervolgstudie, maar die zijn door de invoering van het leenstelsel niet groter geworden. In 2017 studeerde 85 procent van de havo-afgestudeerden met ouders in de laagste welvaartsgroep binnen twee jaar aan het hbo. Voor kinderen met ouders in de hoogste welvaartsgroep was dat iets hoger: 87,3 procent.

Het jaar voor de invoering van het leenstelsel kende een piek in havo-afgestudeerden die direct met een hbo begonnen. Ze sloegen een eventueel tussenjaar over om toch nog aanspraak te kunnen maken op de beurs. Sindsdien is de doorstroom weer wat afgezwakt en gestabiliseerd. De doorstroom van het vwo naar de universiteit daalde niet na de afschaffing van de basisbeurs.