De inzet van twee waterkanonnen voorafgaand aan de wedstrijd tussen Ajax en Juventus in de kwartfinales van de Champions League van afgelopen seizoen zorgde voor extra escalatie. Toch was de politie-inzet op sommige momenten, vanwege het gooien met vuurwerk en bakstenen, wel "proportioneel", blijkt vrijdag uit een rapport van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement.

Het instituut heeft gesprekken gevoerd met de hoofdofficier van justitie, de waarnemend chef van de politie, burgemeester Femke Halsema - die op het moment van de wedstrijd in de Verenigde Staten was - en wethouder en tweede locoburgemeester Rutger Groot Wassink.

Daarnaast is er met meerdere agenten die ter plaatse waren gesproken, zoals de commandanten van de waterkanonnen. Ook is er naar de communicatie via de portofoon geluisterd en naar bewakingsbeelden gekeken.

Vooraf besloot de zogeheten driehoek een 'entrada', een sfeeractie met vuurwerk, te verbieden. Het samenkomen van Ajax-supporters moest in eerste instantie worden voorkomen door bij ingang Zuid H van de Johan Cruijff ArenA naar het toegangsbewijs te vragen en door preventief te fouilleren. Mocht dat niet werken, dan zou met de waterwerper een groep supporters uiteen worden gedreven "om de mensen een nat pak te geven, zodat de lol ze snel vergaat".

Agenten zelf ook verrast door plek waar waterkanonnen stonden

De inzet van de twee waterkanonnen werd volgens het rapport door een groep supporters beantwoord met veel vuurwerk. "Een deel van de supporters leek zich niet weg te laten drijven, maar zette juist een stap naar voren om de confrontatie aan te gaan met de aanwezige politie. Hierbij werd onder andere met bakstenen gegooid", aldus het rapport.

Ook blijkt dat de plek van het waterkanon de aanpak van de politie "bemoeilijkte". Mensen werden richting de ingang in plaats van weg van het stadion gedreven, richting Arenapark.

Ook de waterwerpercommandanten zelf hadden liever vanuit een andere positie geopereerd, maar in de voorbereiding is vanwege de grootte van het voertuig bewust voor deze positie van de waterwerper gekozen. Meerdere andere politiefunctionarissen werden verrast door de inzet op deze plek en in deze richting.

Mensen konden voor hun gevoel niet weg

Daarnaast werd de communicatie door de Mobiele Eenheid door supporters als tegenstrijdig ervaren. "Aanwezigen werden door één eenheid een bepaalde richting op gestuurd, waarna ze uiteindelijk tussen die eenheid en de waterwerper in kwamen te staan en veelal zijn natgespoten, terwijl ze voor hun gevoel niet weg konden komen door het smalle gebied en de drukte."

"Dit maakt de inzet van de politie - onbedoeld - op die momenten en locaties zwaarder en minder proportioneel: de risico's voor goedwillenden van het optreden worden groter. Het bijsturen op deze situaties vanuit de politie bleek lastig."

Volgens het rapport moet "de lijn van het optreden" in de toekomst duidelijk worden gemaakt. "Zodat duidelijker is wat er met de aanpak wordt beoogd, bedoeld en waar de grenzen liggen." Ook is er vooraf meer overleg nodig met supportersgroepen.