Nederlanders die regelmatig kerkdiensten bijwonen, doen vaker vrijwilligerswerk dan niet-gelovigen. Ook zijn ze vaker actief in het verenigingsleven, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag.

Het percentage vrijwilligers ligt het hoogst onder rooms-katholieken (58,1 procent). Onder de niet-gelovigen gaat het om 43,7 procent, dat is ruim 5 procent lager dan het landelijke gemiddelde.

Na de rooms-katholieke kerk zijn er relatief veel vrijwilligers onder leden van de protestantse kerk (55,5 procent), hervormde kerk (49,8 procent) en gereformeerde kerk (47,9 procent). Moslims (34,9 procent) en aanhangers van andere religies (35,9 procent) staan onderaan de lijst.

Van alle religies zetten leden van de protestantse kerk (79,1 procent) zich het meest in voor verenigingen, gevolgd door de gereformeerde kerk (75,4 procent), andere religies (73,7 procent), hervormde kerk (67,7 procent) en de rooms-katholieke kerk (61,4 procent).

46,4 procent van de moslims is actief in het verenigingsleven. Dat is net iets meer dan niet-gelovigen (46,2 procent). Het landelijke gemiddelde ligt op 62,6 procent.

Helft van Nederland is religieus

Tussen 2012 en 2017 rekende 51 procent van de Nederlandse bevolking van vijftien jaar en ouder zich tot een kerkelijke gezindte of religieuze groepering.

Een kwart zei bij de Rooms-Katholieke Kerk te horen, 16 procent was protestants, 4,6 procent moslim en bijna 6 procent behoorde tot een andere gezindte, aldus het CBS.