Bedrijven die eikenprocessierupsen verwijderen, luiden de noodklok. Ze kunnen ingezamelde rupsen niet meer kwijt, omdat vuilverbranders weigeren de jeuk veroorzakende diertjes te verbranden. Dat meldt CUMELA Nederland, een belangenorganisatie voor groenbedrijven.

Volgens CUMELA heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vuilverbranders aangewezen om rupsen te verbranden, maar weigeren die bedrijven medewerking te verlenen.

Ze vinden het te gevaarlijk voor het personeel omdat ze vrezen dat de zakken waarin de rupsen worden aangeleverd scheuren.

Meerdere leden hebben CUMELA op de hoogte gesteld van het probleem. Door de situatie zitten de groenbedrijven nu met afval opgezadeld waarvan ze niet weten wat ze ermee moeten doen. "Ze kunnen met hun spulletjes nergens naartoe", aldus een woordvoerder van de organisatie, die zegt dat het probleem in het hele land speelt.

Komende maandag overleg met ministerie van Landbouw

CUMELA benaderde het landelijk informatiecentrum rondom de eikenprocessierups, het KAD in Wageningen, maar ving bot. Komende maandag vindt er overleg met het ministerie van Landbouw plaats, aldus de woordvoerder.

Hij vermoedt dat een andere verpakking, waarmee de vuilverbranders de rupsen weer durven te verbranden, een oplossing zou kunnen zijn.