Zeker twee van de tien mannen die worden verdacht van betrokkenheid bij de aanslag op het gebouw van De Telegraaf vorige zomer, zijn volgens het Openbaar Ministerie (OM) ook betrokken bij twee liquidaties.

Het gaat om de 'vergismoord' in januari 2018 in een buurthuis in Amsterdam op de zeventienjarige stagiair Mohammed Bouchikhi en het doodschieten op straat van een vader en zoon in Zoetermeer in april 2017.

De officieren van justitie zeiden donderdag tijdens de eerste inleidende zitting in Amsterdam dat Bilal el H. en Nabil D. de auto's leverden die hierbij werden gebruikt. Het tweetal gaf volgens het OM leiding aan een organisatie die zich bezighield met de diefstal van snelle auto's, meestal zwarte BMW's, om ze te leveren aan criminelen.

Ook zouden de twee ernstige misdrijven hebben voorbereid, onder meer de aanslag op De Telegraaf in de nacht van 25 op 26 juni 2018. Daarbij werd met een op 22 juni in Amsterdam gestolen kleine bestelauto de pui van het gebouw geramd.

De bestuurder stak de auto met daarin jerrycans vervolgens in brand. Door de stevige constructie van de gevel bleef de auto steken. De vlammen waren zeker 8 meter hoog, zoals te zien is in een videoreconstructie die werd getoond in de rechtszaal.

Rechtbank liet getapte gesprekken horen

In de reconstructie toonde het OM een weergave van de avond vóór de aanslag, met de route van de bestelauto en een vluchtauto, een zwarte gestolen Audi uit België. Ook de getapte gesprekken en appjes die zes verdachten elkaar onderling sturen, waren in de rechtbank te horen en zien.

Het OM denkt dat El H. en D. ook leidend waren bij de aanslag op de krant, waarbij "de persvrijheid letterlijk geweld is aangedaan", aldus de aanklagers.

Acht van de tien verdachten zijn verschenen op de zitting. Alle zes verdachten blijven voorlopig in hechtenis. De volgende niet-inhoudelijke zitting is op 18 september. De rechtbank hoopt in het eerste kwartaal van volgend jaar de zaak inhoudelijk te behandelen.