De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) stelt een onderzoek in naar de handelwijze van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bij het Amsterdamse Cornelius Haga Lyceum.

De aanleiding voor het onderzoek zijn onder meer vragen uit de samenleving over "de grondslag voor het handelen van de AIVD" en de "juistheid van de gegevens die de dienst heeft verstrekt", schrijft de commissie woensdag in een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken en de Eerste en Tweede Kamer.

In maart van dit jaar raakte het Cornelius Haga Lyceum in opspraak doordat er volgens de AIVD mensen werkzaam waren die de helft van het leerplan aan de salafistische geloofsleer wilden wijden.

De CTIVD gaat beoordelen of deze gegevensverstrekking noodzakelijk was in het belang van de nationale veiligheid en of er zorgvuldig is gehandeld bij het tot stand brengen van de berichten over de Amsterdamse school.

Dick Schoof, directeur-generaal van de AIVD, laat aan de Volkskrant weten "vertrouwen" te hebben in een goede afloop van het onderzoek. Hij staat nog steeds achter het ambtsbericht over de Amsterdamse school.

Geen bewijs voor salafistisch onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs maakte vorige maand bekend dat geen bewijs is gevonden voor salafistisch onderwijs op de school. Wel levert de inspectie zware kritiek op het bestuur en de financiën van de school.

Het Haga Lyceum is het zelf niet eens met het rapport en eist via een kort geding dat het wordt ingetrokken.

'Geen enkel feit benoemd'

Eerder liet Söner Atasoy, voorzitter van de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO), dat de school beheert, al weten dat het bestuur woedend was over het bericht van de AIVD.

"Dit lijkt meer op een hetze tegen de school dan dat er iets anders aan de hand is", vindt Atasoy. "Er is geen enkel feit benoemd. Ik zie geen enkel feit."