De straten in een nieuw deel van de wijk IJburg in Amsterdam krijgen de namen van 27 personen die hebben gestreden tegen kolonialisme en aandacht hebben gevraagd voor het slavernijverleden. Dat zei burgemeester Femke Halsema tijdens de herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark.

Het gaat bijvoorbeeld om Maria Ulfah, een feministe en rechtsgeleerde uit Indonesië, de Surinaamse activisten Otto en Hermina Huiswoud en de Curaçaose schrijver Frank Martinus Arion. Deze personen speelden een rol in het verzet tegen kolonialisme of waren nationalisten, strijders voor onafhankelijkheid, auteurs of kunstenaars.

De in opbouw zijnde wijk heeft op dit moment nog tijdelijke - genummerde - straatnamen.

De lijst met straatnamen is opgesteld door het Koninklijk Instituut van Taal-, Land- en Volkenkunde en is ter goedkeuring voorgelegd aan het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis.

'Amsterdam moet stad van iedereen worden'

De burgemeester zei dat tijdens Keti Koti verschrikkingen worden herdacht, maar dat het ook verhalen zijn over helden die het verzet tegen slavernij hebben geleid. In Suriname, op de eilanden en in Nederland.

"Wij willen dat Amsterdam ieders stad wordt", sprak Halsema. "De komende jaren willen we een sprong maken. De stad groeit. En in onze groeiende stad moeten nieuwe verhalen hun centrale plek kunnen vinden. Ook als ze pijnlijk zijn."

'Niemand in Amsterdam verdiende géén geld aan slavernij'

Om daar te komen heeft Amsterdam volgens Halsema nog een lange weg te gaan: "Door de betekenis van slavernij in de lokale economie te onderzoeken, door een slavernijmuseum in Amsterdam in het leven te roepen. En door verantwoordelijkheid te nemen."

In haar speech ging Halsema in op de rol van Amsterdam in het slavernijverleden. "De stad waar koopmannen verdienden aan de handel in mensen en investeerden in plantages. De stad die mede-eigenaar was van de Sociëteit Suriname, het bedrijf dat de kolonie bestuurde tot het einde van de achttiende eeuw. Of zoals een onderzoeker al in de achttiende eeuw concludeerde: in Amsterdam was er niemand die géén brood verdiende aan de slavernij."

Kabinet stelt meer geld voor herdenkingen beschikbaar

Voor de jaarlijkse herdenking van het Nederlandse slavernijverleden is vanaf volgend jaar een vast bedrag beschikbaar. Tot nu toe werd elke herdenking eenmalig gesubsidieerd, ook nog de herdenking van deze maandag in Amsterdam.

Het kabinet vindt het belangrijk ervoor te zorgen dat blijvend bij het slavernijverleden wordt stilgestaan. De regering geeft gehoor aan een oproep uit de Tweede Kamer, die een initiatief was van Nevin Özütok (GroenLinks).

Het kabinet zet ook in op een dialoog over het slavernijverleden, en hoe dat nog doorwerkt in de huidige samenleving.