Uit het woensdag verschenen onderzoek Denkend aan Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat Nederlanders het overwegend eens zijn over dingen die "typisch Nederlands" zijn. Het onderzoeksinstituut sprak twee jaar lang met duizenden Nederlanders over de nationale identiteit.

41 procent van de vijfduizend ondervraagden stelt dat er wel degelijk een Nederlandse identiteit bestaat. 6 procent spreekt dit tegen en 42 procent zegt het deels eens te zijn met de stelling dat er een Nederlandse identiteit is. De rest van de respondenten weet het niet.

De Nederlandse taal zou de belangrijkste factor van de nationale identiteit zijn. Daarna volgen vrijheid, Koningsdag, de Dodenherdenking, Bevrijdingsdag en Sinterklaas of Pakjesavond. Het SCP noemt het opvallend dat er weinig verschillen lijken te bestaan tussen groepen Nederlanders die zijn ingedeeld naar geslacht, leeftijd, opleiding en afkomst.

Daarnaast signaleert het SCP dat in het debat over identiteit wel heel verschillend wordt gedacht over het belang van symbolen en tradities enerzijds en burgerlijke vrijheden anderzijds.

Sinterklaas wordt als een belangrijk Nederlands thema gezien. (Foto: ANP).

Mensen die symbolen en tradities zoals Sinterklaas en de Nederlandse vlag noemen als belangrijke verbindende kenmerken, "zijn geneigd te denken in termen van dé Nederlandse identiteit", schrijft het planbureau. Ze vinden dan ook vaak dat de overheid tradities moet beschermen.

Anderen voelen zich juist meer verbonden met de burgerlijke vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting en religie en het recht op demonstreren. Ze verwachten vooral dat de overheid die rechten waarborgt.

Dit soort verschillen komt in de media en op sociale media versterkt tot uiting in hoogoplopende debatten over kwesties als Zwarte Piet. Dan lijkt de verdeeldheid groot. "Waar Nederlanders het wél over eens zijn, sneuvelt in de discussie. Waar we het níét over eens zijn, wordt juist breed uitgemeten", constateren de onderzoekers.