Deskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC) hebben dinsdag verklaard dat het overmatige gebruik van drugs en alcohol door Sjonny W. (46) in combinatie met zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis niet direct te koppelen zijn aan de moorden waarvan hij wordt verdacht.

W. wordt ervan verdacht Monique Roossien (26) in 2003, Mirela Mos (30) in 2004 en Sabrina Oosterbeek (30) in 2017 te hebben omgebracht. Het lichaam van die laatste is nooit gevonden.

Het Openbaar Ministerie (OM) gaat ervan uit dat W. degene is die de vrouwen voor het laatst in leven heeft gezien. Van Oosterbeek en Mos is bekend dat W. de nacht vóór hun verdwijning met hen heeft doorgebracht.

Roossien is onderaan een dijk langs het IJmeer in Amsterdam aangetroffen. De vrouw overleed door grof geweld op haar hoofd. Het lichaam van Mos werd in stukken gesneden en verdeeld over vijf vuilniszakken gevonden.

Geweld volgens experts geen rode draad in leven verdachte

De deskundigen van het PBC stellen vast dat er in het dossier incidenten zitten waarbij W. geweld heeft gebruikt, maar dat dit geen rode draad in zijn leven was.

Een ex-vriendin van W. liep een gebroken oogkas op na een woordenwisseling en de man sloeg zijn neef een gebroken arm. Een tweede vrouw zegt dat W. haar keel heeft dichtgeknepen en haar tegen de muur heeft geduwd.

De rechtbank was dan ook erg benieuwd of dit gedrag toe te schrijven was aan de geconstateerde stoornis bij W. en zijn middelengebruik. De man heeft over een periode van twintig jaar veel alcohol en cocaïne gebruikt.

Volgens de experts is niet met zekerheid een verband vast te stellen. "We hebben geen kort lontje vastgesteld", aldus de deskundigen.

Man ontkent elke betrokkenheid

Eerder dinsdag liet W. op zitting nogmaals weten niet verantwoordelijk te zijn voor de dood van de vrouwen.

De nacht van 7 op 8 maart die hij doorbracht met Oosterbeek omschreef W. als "een zoals zovelen". De verslaafde vrouw zocht hem vaker op om aan drugs te komen. Hij zou haar de volgende dag hebben zien vertrekken en nooit meer wat hebben gehoord.

Het OM gelooft dat verhaal niet. Zij denken dat de man de vrouw heeft vermoord en haar lichaam heeft doen verdwijnen. Ook in de zaken van Roossien en Mos zien zij aanwijzingen voor zijn betrokkenheid.

Toen er is 2016 opnieuw sporenonderzoek werd gedaan naar de vuilniszakken waarin Mos was gevonden, werd een DNA-mengprofiel aangetroffen met DNA van Mos, een onbekende man en van W.

Buren zagen verdachte lopen met vuilniszakken

Buren van W. hebben de man zien lopen met vuilniszakken waar iets uitlekte en in de slaapkamer van de verdachte ontbrak het vloerkleed.

Een tweede getuige zegt dat er na de verdwijning van Mos een flinke stank heerste in de woning. Ook zouden de muren van de badkamer plots rood zijn geverfd.

W. zegt dat er altijd vuilniszakken in zijn woning lagen en dat het best kan zijn dat hij de badkamer heeft geverfd, maar niet in de periode na de verdwijning van Mos.

Bloedspoor in auto slachtoffer leidde tot uitbreiding verdenking

Verder onderzoek naar de auto van Mos leverde een minuscuul bloedspoor op dat verrassend genoeg van Roossien was. Volgens het OM kan dat alleen overgebracht zijn door W. Op het lichaam van Roossien is ook zijn sperma aangetroffen.

Zowel Mos als Roossien was werkzaam als prostituee. W. zegt zich geen contact met Roossien te kunnen herinneren, maar het niet uit te sluiten.

Woensdag zal het OM de strafeis formuleren.