Sjonny W. (46) heeft dinsdag verklaard dat zijn laatste ontmoeting met Sabrina Oosterbeek "een avond van vele was". Het was de laatste avond voor haar verdwijning. De man die terechtstaat voor drie moorden, waaronder die op Oosterbeek, ontkent alle betrokkenheid.

Oosterbeek verdween in maart 2017 en was in de nacht van haar vermissing bij W. thuis. De vrouw bezocht de man om aan drugs te komen.

De man zei dinsdag dat hij de vrouw in de ochtend van 8 maart zijn appartement heeft uitgelaten en dat hij niet weet wat er verder met haar is gebeurd.

De man was in bezit van de fiets van Oosterbeek, maar zegt deze van haar te hebben overgekocht. De vrouw was verslaafd aan drugs en kwam op die manier aan geld om in die behoefte te voorzien.

W. verklaarde dinsdag dat hij de vrouw ook af en toe wat geld toestopte. Het was volgens de man ook niet de eerste keer dat hij een fiets van haar kocht.

Oosterbeek ondanks zoektochten nooit gevonden

Het Openbaar Ministerie (OM) denkt dat W. Oosterbeek heeft gedood en haar lichaam heeft laten verdwijnen. De vrouw is ondanks verschillende zoektochten nooit gevonden.

Twee mede-gedetineerden van W. hebben verklaard dat de man tegenover hen de indruk heeft gewekt betrokken te zijn geweest bij de dood van Oosterbeek, maar de man ontkent dit te hebben gezegd.

De man wordt ook verdacht van het ombrengen van nog twee vrouwen. Het gaat om Monique Roossien (26) in 2003 en Mirela Mos (30) in 2004.

Het lichaam van Roossien werd onder aan een dijk langs het IJmeer in Amsterdam aangetroffen. Een jaar later werd het lichaam van Mos in stukken in meerdere vuilniszakken in Amsterdam gevonden.

Man in beeld als verdachte door DNA-onderzoek

De man kwam na DNA-onderzoek in 2016 concreet in beeld als verdachte. Zo werd een spoor van hem aangetroffen op een van de vuilniszakken waarin de lichaamsdelen van Mos zijn gevonden.

Bij onderzoek in de auto van Mos werd een minuscuul bloedspoor veiliggesteld. Dat bleek opvallend genoeg van Roossien te zijn. Volgens het OM is W. de enige connectie tussen de twee vrouwen.

Mos is omgekomen door verstikking. Roossien door vele klappen op haar hoofd.

Twee slachtoffers werkzaam als prostituee

De twee vrouwen waren werkzaam als prostituees. W. verklaart op de avond voor haar verdwijnen seks te hebben gehad met Mos. Roossien zegt hij niet te kennen, maar er is wel een spermaspoor van de verdachte op haar lichaam aangetroffen.

De man zegt hier op zitting over dat het kan zijn dat hij seks heeft gehad met Roossien, maar dit niet te kunnen herinneren.