Spoedafdelingen van ziekenhuizen in Noord-Holland en Flevoland vroegen ambulances vorig jaar vanwege de drukte 5.600 keer om hun ziekenhuis voorbij te rijden. Dat waren ongeveer twee keer zo veel stops als in 2015, meldt NRC dinsdag.

Een stop betekent dat ambulances een spoedafdeling zoveel mogelijk ontzien. Vaak gaat het om twee uur.

Alleen patiënten die in levensgevaar zijn - door bijvoorbeeld een hersenbloeding of hartinfarct - worden nooit geweigerd bij de spoedhulp.

In Amsterdam komen de meeste stops voor. In totaal zo'n zes dagen per maand is er in de stad bij een van de posten voor spoedeisende hulp sprake van een stop.

De regio Midden-Nederland registreert alleen stops op de spoedeisende hulp. Jaarlijks gaat het om zo'n zeshonderd stops.

In Zeeland en Twente is afgesproken geen stop af te kondigen. Naar een volgend ziekenhuis rijden duurt daar te lang.

Landelijke cijfers over stops in acute zorg zijn er niet

Landelijke cijfers over het aantal stops in de acute zorg zijn er niet. Niet alle regionale samenwerkingsverbanden registeren de stops en sommige doen dat nog niet lang of niet consequent genoeg.

De meeste stops worden afgekondigd op de spoedeisende hulp (SEH) en gevolgd door de eerste harthulp.

In 2016 werd al brandbrief gestuurd

"Er zijn heel veel factoren die zorgen voor drukte op de spoedzorg. Als een afdeling vol is, wordt vooral bedoeld dat er geen bedden meer zijn met een verpleegkundige erbij", laat Michiel Gorzeman van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) aan NRC weten.

In 2016 werd al een brandbrief aan het ministerie van Volksgezondheid gestuurd. Daarin werd gepleit voor maatregelen. Toenmalig minister Edith Schippers (Volksgezondheid) schreef daarna de problematiek "zeer serieus" te nemen.