Als Nederlanders niet worden gestimuleerd om flexibeler te reizen, dan loopt het verkeer de komende jaren vast. Tot deze conclusie komen 25 vervoersbedrijven, die zich hebben verenigd in de Mobiliteitsalliantie. De alliantie heeft in een plan beschreven hoe de stijgende vraag naar mobiliteit de komende jaren moet worden opgevangen.

Plan Mobiliteitsalliantie:

  • Moedig flexibelere manier van reizen aan door gebruik te maken van meerdere vervoersvormen
  • Creëer knooppunten aan de rand van de stad waar vervoersstromen samenkomen
  • Voer rekeningrijden in: laat automobilisten per gereden kilometer betalen
  • Investeer 3 miljard euro per jaar, dan levert dat de maatschappij jaarlijks 18 miljard euro op

Het plan van de Mobiliteitsalliantie is woensdag aangeboden aan minister Cora van Nieuwenhuizen (Infastructuur) en staatssecretaris Stientje van Veldhoven. In de Mobiliteitsalliantie zitten grote vervoersbedrijven als de NS, ANWB, BOVAG en Fietsersbond.

De 25 vervoersbedrijven zeggen rekening te hebben gehouden met het grote geheel en niet alleen met hun eigen wensen. Dat noemde Van Nieuwenhuizen bij de presentatie van het plan "uniek in de wereld".

Ze ziet in de samenwerking tussen de 25 vervoerspartijen het Nederlandse poldermodel terug. "We kunnen hier ontzettend trots op zijn." Iets later voegde ze eraan toe "er écht mee aan de slag" te gaan.

Volgens de Mobiliteitsalliantie stijgt de vraag naar personenvervoer tot 2030 met 13 tot 20 procent. Het goederenvervoer neemt in diezelfde periode toe met 4 tot 19 procent.

De capaciteit van het huidige wegennet en openbaar vervoer is niet berekend op die groei. "De bereikbaarheid in Nederland staat daarmee ernstig onder druk", staat in het plan.

Meerdere vormen van vervoer tijdens één reis nodig

Volgens de Mobiliteitsalliantie is flexibiliteit nodig om de druk op het wegennet en openbaar vervoer te verlichten, de verkeersveiligheid te vergroten en klimaatdoelstellingen te halen. De alliantie denkt daarbij aan de combinatie van verschillende vormen van vervoer in één reis.

Het flexibeler maken van dat mobiliteitsaanbod betekent in de praktijk dat iemand die in 2030 naar het werk reist van meerdere vormen van vervoer gebruikmaakt, zoals de (deel)fiets, (deel)auto en trein. Kort voordat forensen aan hun reis beginnen, moeten ze kunnen zien waar ze welke vervoersmiddelen nodig hebben. Als de omstandigheden veranderen, moeten ze hun reisplan tijdens de reis nog kunnen aanpassen.

'Laat vervoersstromen op rand van de stad samenkomen'

Die verschillende vervoersstromen moeten samenkomen op personen- en goederenknooppunten aan de randen van de steden en het landelijke gebied, schrijft de Mobiliteitsalliantie. Daarnaast pleiten de partijen voor een belastingsysteem waarbij betaald moet worden per gereden kilometer, het zogeheten rekeningrijden.

Daarnaast zien de vervoerspartijen dat het aanpakken van knelpunten op de weg en het spoor ook nog steeds nodig is.

Om het plan te realiseren, zou tot 2040 jaarlijks 3 miljard euro nodig zijn, hebben de vervoerspartijen berekend. Maar dit zou de maatschappij 18 miljard euro per jaar opleveren, aldus de alliantie.

'Tot nu toe vooral pleisters geplakt'

"Het was noodzakelijk om een samenhangende visie te ontwikkelen voor de toekomst van mobiliteit", stelt BOVAG-voorzitter Bertho Eckhardt. "We lopen vast en tot nu toe worden er vooral pleisters geplakt. De aanpak was tot nu toe ad hoc en gericht op de korte termijn."

Eckhardt benadrukt het belang van samenwerking tussen de verschillende partijen binnen de vervoerssector. "En niet alleen omdat we vastlopen met z'n allen, maar ook omdat de wens van de 'mobilist' sterk verandert. Die denkt en doet steeds minder in hokjes."