Twee jonge Nederlandse weeskinderen zijn zondag uit een vluchtelingenkamp in het noorden van Syrië gehaald en overgedragen aan een Nederlandse delegatie. Dat hebben de ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken) en Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) maandag bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer.

Het gaat volgens de bewindslieden om twee jonge Nederlandse weeskinderen, die onder erbarmelijke omstandigheden en zonder enige vorm van ouderlijk gezag verbleven in het kamp. De kinderen zijn door de Franse overheid overgedragen aan hun Nederlandse voogd.

Ook twaalf Franse kinderen uit families die vochten voor terreurorganisatie IS zijn door de Koerdische autoriteiten overgedragen aan vertegenwoordigers van de Franse regering. Zij zijn maandag aangekomen in Parijs.

Blok en Grapperhaus doen verder geen mededelingen over de Nederlandse kinderen.

Overdracht bekendgemaakt door Koerden

De overdracht werd maandag op Twitter bekendgemaakt door Abdulkarim Omar, die als bestuurder van de Koerdische regio in het noorden van Syrië verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen.

"Op verzoek van de Nederlandse regering heeft het zelfbestuur van Noord- en Oost-Syrië op 9 juni 2019 twee Nederlandse weeskinderen uit IS-families overgedragen aan een delegatie van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in de plaats Ain Issa", schreef Omar.

Het persbureau ANHA (Hawar News Agency), een online Koerdische nieuwsdienst, postte maandagmorgen een video van de formele overdracht waarbij papieren werden getekend, van de weeskinderen op YouTube. Daarin zegt een Nederlandse diplomaat dat het gaat om "twee zeer jonge Nederlandse weeskinderen".

Nog meer dan honderd Nederlanders in Syrische kampen

In Syrisch-Koerdische vluchtelingenkampen en in gevangenissen zitten meer dan honderd Nederlanders, meldde de inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD begin mei: 55 volwassen Syriëgangers en 85 kinderen.

Het kabinet kijkt steeds of en hoe de kinderen van overleden uitreizigers kunnen terugkeren. Nederland wil het welzijn van kinderen steeds voorop laten staan door bescherming en zorg te bieden, zoals is afgesproken in het internationale verdrag over de rechten van het kind (IVRK).

Maar de terugkeer uit de regio is een complexe zaak, benadrukt het kabinet keer op keer. Zo moet kunnen worden vastgesteld dat de kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben. Dat is moeilijk omdat de situatie onveilig is en Nederland geen mensen naar onveilig gebied stuurt. Ook zijn er geen diplomatieke betrekkingen.