Volgens de advocaten van Michael P. had hun cliënt geen vooropgezet plan om Anne Faber te doden en zou hij dus niet veroordeeld moeten worden voor moord, blijkt woensdag uit de laatste zittingsdag bij het hof van Arnhem. Ze vinden een celstraf van twintig jaar en tbs geschikter voor hun cliënt.

Zo kan volgens advocaten Niels Dorrestein en Sander de Korte niet worden aangetoond dat P. de vrouw had zien fietsen en had besloten haar verderop op te wachten.

"Er is in de reconstructie geen rekening gehouden met regen of schemer", schetst de verdediging. Ook kan volgens de advocaten niet worden aangetoond dat P. bewust zijn telefoon heeft uitgeschakeld.

Verder vinden de advocaten dat er veel fouten zijn gemaakt bij de behandeling van P. voor zijn eerdere zedendelicten. Als deze behandeling wel goed was verlopen, had Faber volgens de verdediging nog geleefd. Dit moet volgens de advocaten ook leiden tot strafvermindering.

Getuigen zijn volgens verdediging onbetrouwbaar

Het Openbaar Ministerie (OM) ziet in hoger beroep moord wél bewezen, onder meer door getuigenverklaringen die erop neerkwamen dat P. al maanden voor de moord op Faber nadacht over een delict.

Zo had hij volgens getuigen gevraagd hoe diep je een lichaam moet begraven en zou hij in de zomer van 2017 een hardloopster hebben willen "pakken", waarna ze "wel dood" moest worden gemaakt.

Volgens de verdediging zijn deze verklaringen onbetrouwbaar en zou P. in een van de situaties alleen aan grootspraak hebben gedaan.

Nabestaanden tevreden met vervolging voor moord

De nabestaanden van de jonge vrouw hadden dinsdag via Fabers oom laten weten blij te zijn dat P. nu wel wordt vervolgd voor moord in plaats van gekwalificeerde doodslag. De eis van 28 jaar cel en tbs met dwangverpleging is hetzelfde gebleven.

Bij gekwalificeerde doodslag wordt ervan uitgegaan dat de dader zijn of haar slachtoffer doodt om een ander delict (in dit geval verkrachting) te verhullen.

P. toont berouw in laatste woord

P. toonde zich bij vlagen woest en geïrriteerd toen hij dinsdag aan de tand gevoeld werd. De voorzitter van het hof moest meerdere keren de boel sussen en uitleggen waarom hij dezelfde vragen als eerder moest beantwoorden.

Volgens P. zou hij in de gevangenis iemand aanvliegen als diegene hem verkeerd zou aankijken. Toen de advocaat-generaal (de officier van justitie in hoger beroep) de boosheid van de man aankaartte, antwoordde P.: "Ik hou me nog in. Dit had ook anders kunnen aflopen. Ik had naar je toe kunnen lopen en kunnen kijken hoe ver ik had kunnen komen, voordat hij (iemand van de beveiliging, red.) bij je was."

Voor P. aan zijn laatste woord begon, heeft hij zijn excuses aangeboden aan de advocaat-generaal. Hij zegt dat hij elke dag aan Faber denkt, bijvoorbeeld als hij kunst ziet of naar muziek luistert. "Ik vraag me af of ze directeur van een museum was geworden. Ik vraag me af of ze moeder was geworden", zegt hij.

Het hof doet op 5 juli om 14.00 uur uitspraak.