Gemeenten, werkgevers en andere partijen moeten veel effectiever samenwerken om statushouders aan een baan te helpen. Kennis die wordt opgedaan bij het begeleiden van statushouders moet veel beter worden uitgewisseld dan nu het geval is, zegt voorzitter Mariëtte Hamer van de Sociaal-Economische Raad (SER).

De SER publiceert vrijdag een rapport over integratie en werk. Uit de studie blijkt dat slechts een kwart van de statushouders die sinds 2014 in Nederland wonen betaald werk heeft gevonden.

Twee derde is afhankelijk van een bijstandsuitkering. Statushouders zijn vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Zij mogen in Nederland werken en een opleiding volgen.

Hamer legt uit dat statushouders bij het zoeken naar een betaalde baan tegen uiteenlopende problemen aan lopen. "Het gaat onder meer om taalproblemen en om niet-geschikte diploma's. Verder zijn er op decentraal niveau grote verschillen in aanpak, waardoor de ondersteuning van statushouders lang niet altijd vroegtijdig en over een langere periode plaatsvindt."

SER: Ondersteuning op maat nodig

De SER-voorzitter stelt dat alleen met op maat gesneden ondersteuning en langdurige begeleiding kan worden bereikt dat grote groepen statushouders aansluiting met de arbeidsmarkt vinden.

"Er zijn veelbelovende initiatieven op het gebied van het begeleiden van nieuwkomers", aldus Hamer. "Een mooi voorbeeld is de gemeente Utrecht waar taal, werk en opleiding worden gebundeld in één leer- en werkprogramma. Daardoor kunnen mensen met een laag taalniveau toch aan de slag."

Hamer vindt dat de aanwezige kennis op het gebied van het begeleiden van statushouders veel beter moet worden gedeeld, zodat gemeenten en andere partijen niet steeds opnieuw het wiel hoeven uit te vinden.

"Het Rijk kan hierin een centrale rol in spelen, door de kennis op een breed toegankelijke manier beschikbaar te stellen. Een kenniscentrum of digitaal platform kan daarvoor een geschikt instrument zijn."