Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag een boete van ruim 2,4 miljoen euro geëist voor een explosie bij Shell Moerdijk in juni 2014. De aanklager zei voor de rechtbank in Den Bosch dat het bedrijf niet genoeg heeft gedaan om ongelukken te voorkomen.

De explosie in een reactor van de chemische fabriek ontstond door een onverwachte reactie tussen stoffen. De trilling was tot in Utrecht te voelen. Twee mensen raakten gewond en de schade liep in de miljoenen. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) concludeerde eerder dat Shell te weinig oog had voor de risico's.

Het OM eist ook een boete van 250.000 euro voor het lekken van een giftige stof van november 2015 tot januari 2016. Het lek ontstond door een afsluiter die niet werd afgesloten.

Directeur Richard Zwinkels van Shell zei dinsdag tegen de rechter dat de incidenten voorkomen hadden moeten worden. "We doen daar alles aan en zijn het daarom niet eens met alle strafrechtelijke verwijten. Deze explosie gebeurde onverwacht."

OM: Veiligheid had geen prioriteit bij Shell

De officier van justitie stelde daarentegen dat Shell de veiligheid en het milieu geen prioriteit gaf en eiste daarom de hoogst mogelijk boete. Zo waren de gehanteerde procedures volgens het OM niet goed genoeg, werden die niet nageleefd en gecontroleerd en waren die bovendien niet of onvoldoende op elkaar afgestemd.

Daardoor, zo stelde de officier, zijn de werknemers en de omgeving van de fabriek in Moerdijk bij de explosie "door het oog van de naald gekropen". Het had anders kunnen aflopen. "Dat het niet is uitgelopen op een ramp is niet de verdienste van Shell Nederland Chemie B.V. te Moerdijk geweest, maar simpelweg geluk."

De rechter constateerde bovendien dat Shell een strafblad van twaalf pagina's heeft. "Dat kan de indruk wekken dat u het minder nauw neemt met verontreiniging van de bodem en de lucht." Shell-Directeur Zwinkels bestreed dit.

De rechtbank doet op 7 juni uitspraak.