De extra kosten die ontstaan door de toenemende vraag naar jeugdhulp en psychische zorg voor kwetsbare burgers mogen niet meer verhaald worden op Nederlandse gemeenten, schrijft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) woensdag in een paginagrote open brief in het Algemeen Dagblad (AD).

Als dat niet kan, dan wil de koepelorganisatie de gedecentraliseerde taken weer bij het Rijk leggen. Sinds 2015 ligt de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg bij gemeenten. Volgens de VNG is het onzeker of gemeenten zonder extra geld nog volwaardige hulp kunnen bieden.

Volgens VNG zijn lokale overheden al jaren met het kabinet in gesprek over de tekorten in de jeugdzorg, maar leiden die gesprekken nergens toe. Volgens VNG-vicevoorzitter Hubert Bruls, tevens burgemeester van Nijmegen, moet er op korte termijn geld bij. "Het water staat ons aan de lippen", aldus Bruls.

De VNG waarschuwt dat er bezuinigd moet worden als er niet op korte termijn extra geld beschikbaar is. "Denk aan meer overlast in de wijken, het sluiten van bibliotheken, sportcomplexen of andere voorzieningen, het uitstellen van onderhoud en langere wachtlijsten in de jeugdzorg."

Een op de tien jongeren krijgt jeugdzorg

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bracht anderhalve week geleden cijfers naar buiten waaruit blijkt dat vorig jaar een op de tien jongeren met jeugdzorg te maken kreeg. Het gaat om zo'n 428.000 individuen. In 2015 waren dat er nog zo'n 380.000.

Volgens Bruls zijn de budgetten van de gemeenten niet meegegroeid met het aantal jongeren dat behoefte heeft aan jeugdzorg. In 2017 gaven gemeenten 605 miljoen euro uit aan hulp voor jongeren. In 2018 moest drie kwart van de gemeenten het budget opnieuw opschroeven.

Het kabinet reserveerde in de Voorjaarsnota al extra geld voor de jeugdhulp, maar volgens Bruls is het "substantieel minder" dan de gevraagde 490 miljoen euro. Daarnaast wil hij een structurele bijdrage, waar het nu om een eenmalig bedrag gaat.