Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) laat minder vaak dwangmiddelen opleggen om wanbetaling van verkeersboetes aan te pakken, meldt onderzoeksplatform Pointer (KRO-NCRV) woensdag op basis van cijfers van het CJIB.

Wanneer mensen een boete niet kunnen of willen betalen, kan het CJIB het Openbaar Ministerie (OM) vragen om een dwangmiddel in te zetten.

Zo kan bijvoorbeeld het rijbewijs van een wanbetaler worden ingenomen of kan een persoon tijdelijk worden opgesloten, ook wel gijzeling genoemd. Vervolgens moet de boete alsnog worden betaald.

Het CJIB gaf vorig jaar 197.601 opdrachten aan het OM om een dwangmiddel in te zetten, terwijl zes jaar geleden nog 710.502 keer een dwangmiddel werd ingezet. Het aantal boetes bleef in die periode ongeveer gelijk, aldus Pointer.

Volgens het onderzoeksplatform is het aantal opdrachten van het CJIB voor alle soorten boetes en dwangmiddelen afgenomen. Met name het aantal gijzelingen nam flink af. Dit aantal zakte van 116.955 in 2013 naar 1.125 vorig jaar.

Ombudsman in 2015 kritisch over inzet van dwangmiddelen

De Nationale ombudsman Reinier van Zutphen publiceerde in 2015 een kritisch rapport over deze gijzelingen. Burgers werden volgens hem destijds te vaak en onterecht van hun vrijheid beroofd. Gevoed door de publieke opinie was het aantal opgelegde dwangmiddelen in die tijd al aan het dalen.

De daling komt volgens het CJIB ook doordat wanbetalers zonder vaste woon- of verblijfplaats niet thuis een oproep kunnen ontvangen om voor de rechter te verschijnen. Zij worden dan opgeroepen via de Staatscourant, maar komen dan doorgaans niet opdagen.

Het OM wijst een dwangmiddel dan vaak af, omdat justitie dan niet kan beoordelen of iemand de boete daadwerkelijk niet kan betalen. Deze mensen belanden dan in het opsporingsregister van de politie.