Nieuwe software moet ervoor zorgen dat de politie gerichter DNA-sporen kan opsturen naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), bevestigt het instituut maandag na berichtgeving van De Telegraaf. De database helpt de politie bij het maken van de selectie.

De zogenoemde DNA-succesmeter is ontwikkeld door de politie, het Openbaar Ministerie (OM), het NFI en de Hogeschool van Amsterdam. De succesmeter is een database die informatie van de politie, het OM en het NFI bevat. Het gaat om informatie over sporen over alle zaken van tussen 2014 en 2017.

De politie treft de sporen aan en stelt vast om welke sporen het precies gaat. Het NFI onderzoekt de sporen nader en kan bijvoorbeeld vaststellen van wie of wat de sporen afkomstig zijn. Door de succesmeter kan de informatie van bijvoorbeeld de politie en het NFI aan elkaar worden gekoppeld.

Anna Mapes was als forensisch adviseur betrokken bij de ontwikkeling van de succesmeter. "Als er een onderzoek gedaan wordt, stellen we sporen veilig. Nu moeten we soms kiezen welke sporen we gaan opsturen."

Mapes benadrukt dat de databank nog een prototype is. "Er zal gefaseerd gebruik van gemaakt worden. We beginnen bijvoorbeeld met workshops."

De software zal ongeveer in de herfst van dit jaar beschikbaar zijn.