Officier van justitie Marc van Nimwegen heeft volgens een onderzoekscommissie gelogen over zijn relatie met officier Marianne Bloos en zijn bemoeienis met de keuze van het Openbaar Ministerie (OM) voor een bedrijf van zijn zwager. Daarmee zou hij zich niet hebben gehouden aan de integriteitsregels van justitie. Van Nimwegen is per direct geschorst als officier van het parket Rotterdam.

Ook het buitengewoon verlof van Bloos, hoofdofficier van het Functioneel Parket, is verlengd. Het College van procureurs-generaal laat weten op korte termijn de vacatures voor beide posities te willen openstellen.

Het onderzoek onder leiding van Jan Watse Fokkens, die jarenlang procureur-generaal was bij de Hoge Raad, werd in juni vorig jaar opgestart na een aantal publicaties in NRC. Medewerkers van het OM schreven de krant aan, omdat er sprake zou zijn van een verziekte sfeer.

Dit alles zou een gevolg zijn van een liefdesrelatie tussen de twee officieren Van Nimwegen en Bloos. Deze relatie had gemeld moeten worden aan het College van procureurs-generaal, het bestuur van het OM, omdat er sprake was van een gezagsverhouding.

Uit het onderzoek van de commissie blijkt dat er sterke aanwijzingen zijn dat er al in mei 2011 sprake was van een "affectieve relatie" tussen Van Nimwegen en Bloos, terwijl dit door hen pas in 2016 is gemeld.

Van Nimwegen en Bloos verzwegen relatie ondanks vragen

Van Nimwegen en Bloos hebben de relatie eerder ontkend, hoewel daar herhaaldelijk naar is gevraagd door de voorzitter van het college.

De relatie ligt gevoelig, omdat Van Nimwegen in 2011 zelf lid was van het College van procureurs-generaal en personeelszaken onder zijn hoede had. Bloos werd in 2011 benoemd tot hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket.

De huidige voorzitter van het College van procureurs-generaal, Gerrit van der Burg, zei donderdag op de persconferentie dat er geen aanwijzingen zijn dat de benoeming van Bloos een gevolg was van de liefdesrelatie.

Ook voorzitter van college krijgt verwijten

Niet alleen Van Nimwegen en Bloos hebben volgens de onderzoekscommissie kwalijk gehandeld. Ook de toenmalige voorzitter van het College van procureurs-generaal, Herman Bolhaar, krijgt harde verwijten.

Volgens de commissie waren er al langer geruchten binnen het OM over de relatie tussen Bloos en Van Nimwegen en had Bolhaar hier tegen moeten optreden. Dat het volgens Bolhaar lastig was om maatregelen te treffen, noemt de commissie ongeloofwaardig.

Van Nimwegen onder druk van ministerie overgeplaatst

De geruchten over de relatie waren voor het ministerie van Veiligheid en Justitie wel reden om in 2014 in te grijpen. Van Nimwegen moest uit het college stappen en werd aangesteld als officier van justitie in Rotterdam.

Van Nimwegen en het OM hebben dit altijd omschreven als een gangbare wisseling van functie. De commissie concludeert echter dat hier geen sprake van was.

Van Nimwegen betrokken bij verlenen opdracht

Ook zou Van Nimwegen zich in 2009 hebben bemoeid met het verlenen van een opdracht aan een bedrijf dat software levert.

De onderneming is van de zwager van Van Nimwegen en het verlenen van de opdracht is volgens de commissie "niet volgens de regels verlopen."

OM noemt conclusies van commissie pijnlijk

Van der Burg noemt de conclusies van de commissie "bijzonder pijnlijk".

"Het imago van het OM, dat onkreukbaar moet zijn, is beschadigd door het verwijtbare gedrag van twee hoofdofficieren en hoe de top van het OM daarmee is omgegaan."

Van der Burg zat zelf ook in 2014 al in het college en neemt het zichzelf kwalijk dat hij niet de signalen van een relatie tussen Van Nimwegen en Bloos heeft opgevangen. Hij zegt donderdag te hebben overwogen op te stappen. Van der Burg doet dit echter niet, omdat er van zijn kant geen sprake is van een integriteitsschending.

Bloos blijft ontkennen

Bloos zelf heeft onlangs aan het OM laten weten dat zij het betreurt dat justitie en zijzelf in opspraak zijn geraakt.

Bloos zegt dat ze in 2013 haar "verdiepte vriendschap" met Van Nimwegen had moeten melden. Ze spreekt niet van een liefdesrelatie.