Het aantal incidenten met ernstige bedreigingen of vernielingen door asielzoekers in asielzoekerscentra met extra begeleiding en toezichtlocaties (ebtl) zou een stuk hoger liggen dan het aantal aangiftes, blijkt vrijdag uit cijfers in handen van Trouw.

Medewerkers van ebtl's doen gemiddeld een keer per twee weken aangifte van bedreiging of vernieling. Maar volgens vakbond FNV ligt het werkelijke aantal incidenten veel hoger, omdat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) niet altijd aangifte doet.

Er zijn in Nederland twee ebtl's gevestigd. Een in het Drentse Hoogeveen (geopend in februari 2018) en een in Amsterdam (geopend in november 2017). Daar wonen samen 41 asielzoekers, van wie de meesten uit Noord-Afrika komen en volgens Trouw weinig kans maken op een verblijfsvergunning.

Sinds de opening van beide opvanglocaties is er zestig keer aangifte gedaan van bedreiging of vernieling.

'Wekelijks meerdere incidenten in etbl's'

Uit onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid bleek eerder deze maand dat er wekelijks meerdere incidenten zijn. Ook wordt er in een gemiddelde week drie keer naar 112 gebeld.

De ebtl's zijn een experiment van de gemeenten Hoogeveen en Amsterdam in samenwerking met het COA. Het gaat om een specifieke groep personen die overlast heeft veroorzaakt in een azc of op het terrein van een azc.

'Asielzoeker die ernstig misdrijf pleegt, kan land uitgezet worden'

Asielzoekers zijn zelf verantwoordelijk voor de terugkeer naar hun land van herkomst. "Als ze niet uit zichzelf terug kunnen gaan, kunnen we ze dwingen. Maar dat is vaak lastig, omdat dan ook de medewerking van het land van herkomst nodig is", zei Lennart Wegewijs, woordvoerder van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in 2018 tegen NU.nl.

Femke Joordens van vluchtelingenorganisatie UNHCR liet weten dat als asielzoekers overlast veroorzaken, dat losstaat van hun asieltraject. "Uitzetten is dus niet aan de orde."

Dat verandert wanneer het gaat om een ernstig misdrijf als diefstal of openlijke geweldpleging, waarvoor een onvoorwaardelijke straf van minimaal anderhalf jaar staat. Dan kan een asielzoeker het land uitgezet worden.