Het Openbaar Ministerie (OM) heeft de rechtbank donderdag opnieuw verzocht de strafzaak die draait om de moord op Martin Kok samen te voegen met het onderzoek naar de groep rondom crimineel Ridouan Taghi.

In de strafzaak tegen de groep die in opdracht van de wereldwijd gezochte crimineel Taghi verschillende liquidaties zou hebben uitgevoerd, staan inmiddels twaalf verdachten terecht.

Een van die mannen, Achraf B., wordt eveneens verdacht van betrokkenheid bij de moord op Kok. De misdaadblogger werd in december 2016 doodgeschoten op een parkeerplaats van een seksclub in Laren die hij net had bezocht.

Ook verdachte Zakaria A. zou betrokken zijn geweest bij de moord op Kok. De verdenking tegen hem was nog niet zo concreet dat hij in die zaak voor de rechter moest verschijnen.

Op de zitting van donderdag in het proces tegen de liquidatieverdachten, maakte de officier echter duidelijk A. binnenkort te dagvaarden voor "het medeplegen dan wel de medeplichtigheid bij de moord op Martin Kok", aldus de officier.

Eerder verzoek werd afgewezen

Een eerder verzoek tot het samenvoegen van de zaak-Kok met de andere zaak werd door de rechter afgewezen. Volgens de rechtbank staat de wet zo'n overdracht niet toe.

Het OM ondernam donderdag een nieuwe poging. Er zijn al langer sterke aanwijzingen dat de organisatie rond Taghi ook achter de moord op Kok zit, maar deze verdenking is nog niet geconcretiseerd.

Ook zou de kroongetuige Nabil B. verklaringen hebben afgelegd over de liquidatie van Kok en is het OM er veel aan gelegen dat B. slechts in één zaak gehoord hoeft te worden.

De rechtbank neemt op 10 mei een beslissing over het verzoek.