De 28-jarige man Mounim A., die verdacht wordt van het aanzetten tot terrorisme door het verspreiden van beelden die de gewelddadige strijd in Syrië verheerlijken, zegt spijt te hebben. De man uit Amsterdam claimt vooral onwetend te zijn geweest.

Dinsdag is de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak tegen de man. Het Openbaar Minister (OM) zal in de middag de strafeis uitspreken.

De man wordt ervan verdacht in de periode van februari vorig jaar tot juni beelden die zouden aanzetten tot terrorisme te hebben verspreid via zijn Telegram-accounts.

Zo zou hij honderden video's en afbeeldingen van onthoofdingen, martelingen en oproepen tot aanslagen op westerse doelen hebben verspreid.

Verdachte zegt niet te weten dat hij strafbare dingen deed

De man verklaarde niet te hebben geweten dat het strafbaar was wat hij deed. Hij erkende de beheerder van het Telegram-kanaal met de naam Broeders te zijn, maar stelde niet de enige beheerder te zijn geweest. Via dit kanaal werden de genoemde beelden verspreid.

A. sprak van "jongens" die hem zouden hebben gevraagd fragmenten te verspreiden, maar hij kan zich niet meer herinneren wie dat waren. Hij keek naar eigen zeggen ook niet naar alle beelden, maar "kopieerde en plakte ze gewoon".

De rechtbank noemde dit opmerkelijk, omdat het om "gruwelijke beelden" ging die overkomen als propaganda voor Islamitische Staat (IS). De rechtbank bleef maar voorbeelden opsommen. De man bleef volhouden dit nooit zo te hebben bedoeld, maar de opdracht te hebben gekregen om dit te verspreiden.

OM zet grote vraagtekens bij onwetendheid

Het Openbaar Ministerie (OM) zette eerder al grote vraagtekens bij de vermeende onwetendheid van de man.

"We hebben meerdere spelcomputers, vier telefoons en geheugenkaarten in beslag genomen waar allemaal opruiende teksten en filmpjes op stonden", aldus de officier op zitting vorig jaar oktober. "Hij was via meerdere telefoonnummers beheerder van meerdere Telegram-kanalen."

Ook werd A. door zijn broers gewaarschuwd dat het niet kon waar hij mee bezig was.

Man kwam in beeld in ander onderzoek

De man kwam in beeld in onderzoeken naar jongeren uit Amsterdam door het team Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (CTER). Personen die werden afgeluisterd na een waarschuwing van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).

In afgeluisterde telefoongesprekken spraken de jongeren over een Abu Bakr en dat bleek A. te zijn. Abu Bakr al Baghdadi is de geestelijk leider van IS, maar volgens A. had hij geen speciale reden voor het kiezen van deze naam.