Faris K., een man die tot het beveiligingsteam van Geert Wilders behoorde, heeft maandag verklaard dat het delen van informatie over die beveiliging "stom" en "onhandig" was, maar dat hij geen "slechte bedoelingen" had. K. wordt verdacht van het schenden van zijn ambtsgeheim.

De rechter hield K. maandag voor dat het wel opvallend was dat iemand vanuit zijn functie als lid van de toenmalige Dienst Bewaken en Beveiligen (DBB) zo loslippig en potentieel gevaarlijk was.

Zeker voor iemand die al in 2007 voorwaardelijk strafontslag kreeg opgelegd voor het raadplegen van politiesystemen voor privédoeleinden, merkte de rechtbank op.

K. werd hiervoor in 2008 veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van honderd uur.

De man erkent dat het niet handig was, maar stelt dat het doorzoeken van de systemen voortkwam uit zijn "politiehart" en werkgerelateerd zou zijn. De rechtbank en de officier van justitie hielden de man voor dat hij echter ook informatie over zichzelf en vriendinnen heeft opgezocht.

Ook zocht hij op het serienummer van een camera die hij had gekocht voor zijn vriendin.

Onderzoek naar K. begon na tip

Het onderzoek naar K. begon nadat er in maart en april 2016 bij de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) informatie was binnengekomen. Daaruit zou zijn gebleken dat de verdachte politiesystemen gebruikte om informatie op te zoeken.

De officier van justitie besloot in juli van dat jaar K. af te laten luisteren. Daaruit kwam naar voren dat de man met drie vrouwen, onder wie zijn toenmalige vriendin, gevoelige informatie deelde.

Man vertelde onder meer over bezoek Obama's dochter

De man vertelde onder meer over het bezoek van een van de dochters van de toenmalige Amerikaanse president Barack Obama aan Nederland.

Toen de man in december 2016 specifieke informatie deelde over de woning van Wilders en welke voertuigen werden gebruikt, werd besloten K. aan te houden. Dit gebeurde in februari 2017.

De man maakte sinds 2014 deel uit van de DBB, maar was geen persoonlijke beveiliger van Wilders. Hij ondertekende bij zijn toetreding een geheimhoudingsplicht.

Het onderzoek kon niet aantonen of K. informatie met criminelen heeft gedeeld of aan derden heeft verkocht.