Steeds meer honden en katten worden gebruikt in medische experimenten. In 2016 ging het om 656 honden en 89 katten en in 2017 nam dit toe naar 909 honden en 200 katten, meldt het AD woensdag op basis van cijfers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Dit komt neer op een toename van 49 procent.

In 2017 stierf de helft van de proefhonden. Van de katten overleefde een op de drie de experimenten niet.

Hoewel het kabinet pleit voor minder dierproeven, zijn er voor de komende jaren voor nog eens ruim vijfduizend honden en tweeduizend katten proefdiervergunningen geregeld.

Commercieel proefdiercentrum Charles River in Den Bosch is het actiefst. Dat centrum kreeg twee jaar geleden ruim 2.600 honden en 750 katten om voor een periode van vijf jaar mee te experimenteren.

Verantwoordelijk minister Carola Schouten liet weten dat Nederland nog niet helemaal kan stoppen met dierproeven. "Onaanvaardbaar", stelt Tweede Kamerlid Frank Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

Volgens hem leiden de meeste dierproeven niet tot betere medicijnen. "We moeten de onderzoeksmethoden verbeteren", aldus Wassenberg.