Minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid zegt maandag in een Kamerbrief lessen te willen trekken uit een kritisch rapport van de Nationale Ombudsman aangaande de zaak-Van Laarhoven. De Staat zou verwijtbaar zijn geweest bij de aanhouding van de Nederlander in Thailand in 2014.

Volgens Grapperhaus moet er in de toekomst meer rekening worden gehouden met betrokken individuen als het gaat om rechtshulpverzoeken aan het buitenland.

Dit gebeurde in de zaak van Johan van Laarhoven en zijn vrouw volgens de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen verwijtbaar niet.

Van Laarhoven was tot 2011 mede-eigenaar van de coffeeshopketen The Grass Company met vier coffeeshops in Tilburg en Den Bosch. Het OM verdenkt de shops ervan in die tijd te grote voorraden softdrugs te hebben gehad.

Ook wordt Van Laarhoven witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie verweten. In 2014 stuurde het OM een rechtshulpverzoek aan de Thaise autoriteiten om onderzoekshandelingen te verrichten ter ondersteuning van de zaak in Nederland.

Justitie stuurde Thai brief met onderzoek als overweging

De gewenste actie vanuit Thailand bleef uit en na overleg met de Nederlandse zaaksofficier van justitie destijds, Lucas van Delft, wordt er een brief gestuurd aan de Thaise autoriteiten. In die brief staat onder andere de overweging voor de Thai om zelf een strafrechtelijk onderzoek te starten.

De ombudsman omschrijft dat handelen als "onzorgvuldig". De aanhouding van Van Laarhoven kon worden voorzien en bovendien werd zijn vrouw als verdachte bestempeld terwijl er in Nederland geen onderzoek naar haar liep. "Met ernstige voorzienbare gevolgen."

Grapperhaus wijst erop dat het zich vestigen in het buitenland niet mag betekenen dat een persoon zijn straf kan ontlopen, maar zegt de conclusies van de ombudsman zeer serieus te nemen.

Rapport toegevoegd aan strafdossier

"Met de Nationale ombudsman hechten ook wij er grote waarde aan dat bij het aangaan van strafrechtelijke samenwerking met het buitenland, het belang van de betrokken individuen wordt meegewogen."

De minister zegt verder niet inhoudelijk op het rapport te kunnen ingaan, omdat het op verzoek van de verdediging is toegevoegd aan het strafdossier in de nog steeds lopende strafzaak in Nederland.

Van Laarhoven keert niet op korte termijn terug

Een snelle terugkeer van Van Laarhoven naar Nederland zit er niet in, omdat zijn straf in Thailand nog niet onherroepelijk is. Alleen dan kan een procedure worden gestart op basis van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS).

Bij akkoord van Thailand zou Van Laarhoven dan in Nederland de rest van zijn straf kunnen uitzitten. De beslissing van de Hoge Raad in Thailand inzake het hoger beroep wordt voor december van dit jaar verwacht.