Het rommelt op de Politieacademie. Docenten waarschuwen in een vrijdag uitgelekte brandbrief dat het Basis Politie Onderwijs (BPO) grote capaciteitsproblemen heeft. Er ligt daarnaast een kritisch rapport over de relatie tussen de Politieacademie en de Nationale Politie.

De brandbrief werd op 27 maart verstuurd naar onder anderen korpschef Erik Akerboom en is ingezien door NU.nl, naar aanleiding van berichtgeving in het AD.

In de brief schrijft "een grote groep docenten" opdracht te hebben gekregen om het "onderwijs passend te maken aan de bestaande capaciteit", zonder kwaliteitsverlies. Dat zou in de komende zes weken moeten gebeuren, voordat een nieuwe lichting aspirant-politiemensen aan het Basis Politie Onderwijs begint.

Volgens de briefschrijvers is er al jaren een tekort aan onderwijzend personeel. Ook recente bezuinigingen, reorganisaties, managementwisselingen en de invoering van nieuw onderwijs hebben de docenten onder toenemende druk gezet.

'Academie wist al heel lang dat er grote instroom zou komen'

Om de laatste lichting instromende studenten te verwerken, zouden de docenten al noodgrepen hebben moeten toepassen om te compenseren voor het gebrek aan capaciteit. Ze stellen dat er niet meer aan lesprogramma's kan worden "geschrapt en geschaafd" zonder de kwaliteit van het onderwijs aan te tasten.

"Aspiranten krijgen minder aandacht en begeleiding", staat in de brief. "Niet alleen zij, maar ook de Politieacademie, de eenheden en de burgers, gaan hier de gevolgen van ondervinden. Voorts maken we ons ernstig zorgen over de belastbaarheid en veiligheid van onze collega's. Dit vinden wij niet acceptabel."

De docenten verwijten de directie dat die niet eerder heeft ingegrepen. "De Politieacademie wist al heel lang dat er een grote instroom aan aspiranten zou komen en welke capaciteit daarbij zou horen."

De brandbrief was in de laatste weken niet de enige kritische noot aan het adres van de Politieacademie. In een rapport over de Politieacademie aan de Tweede Kamer stelden de onderzoekers eind vorige maand dat de relatie tussen de academie en de Nationale Politie koel is en wordt gedomineerd door machtspolitieke spelletjes. De methode die wordt gebruikt om vast te stellen hoeveel nieuwe agenten er nodig zijn, vertoont ook "flinke tekortkomingen".

Vijftienduizend politiemensen moeten worden vervangen

De vergrijzing binnen de politie leidt in de komende jaren tot een grote vraag naar nieuwe agenten. Justitieminister Ferd Grapperhaus en de korpsleiding hebben daarom besloten dat de Politieacademie elk jaar 5 procent meer politiemensen moet opleiden, zodat de jaarlijkse instroom in 2023 op 2.673 studenten zal liggen.

"In de afgelopen jaren hebben we gezien dat we vijftienduizend politiemensen moeten vervangen", zegt Gerrit van de Kamp, voorzitter van politievakbond ACP. Hij onderschrijft de klachten van de briefschrijvende docenten. "We hebben al heel vaak gezegd dat er extra mensen en middelen moeten komen om dat probleem op te lossen. Ook vorig jaar hebben we dat bij de cao-onderhandelingen nadrukkelijk naar voren gebracht en aangedrongen op het opstellen van een noodscenario. Wij zeiden: 'Dit gaat op de korte termijn mis'. Dat is gebeurd, en het lijkt de komende tijd nog erger te gaan worden."

'Ga maar zelfstudie doen'

Voorzitter Jan Struijs van de NPB, ook een politievakbond, zegt dat tientallen docenten en studenten zich in de afgelopen weken meldden met vergelijkbare klachten als de schrijvers van de brandbrief. "Docenten zeggen: 'We zijn dit nu al een jaar aan het aangeven bij onze leidinggevenden: we trekken dit niet meer'. De problemen zijn al jaren bekend."

Zelfs een groot aantal beginnende studenten trekt aan de bel bij de vakbonden, zegt Struijs. "Er zijn te weinig lokalen, waardoor ze les krijgen op de gang, er zijn te weinig computers beschikbaar en docenten verschijnen niet. Studenten krijgen te horen: 'Ga maar zelfstudie doen', maar daarvoor zijn dan geen computers beschikbaar, en er is nauwelijks ruimte om te sporten."

Ook Struijs denkt dat de capaciteitsproblemen de samenleving uiteindelijk kunnen opbreken. "De politie is nu al structureel onderbezet en overbelast. We hebben genoeg georganiseerde en andere criminaliteit en het aantal 112-meldingen stijgt. Er wordt veel beroep gedaan op de politie, en eigenlijk kunnen we het nu al niet aan. Het is een kwestie van constant de schaarste verdelen en er komt alleen maar werk bij. Ik was laatst op een bureau waar een agent zijn collega een vraag stelde die alles zegt: 'Waar blijven de hulptroepen?'"

Politieacademie ontkent samenhang tussen capaciteitsproblemen en instroom

Woordvoerder Pieter Beljon van de Politieacademie stelt dat de toegenomen werkdruk voor de docenten niet te maken heeft met de meer omvangrijke instroom van nieuwe studenten. "Die neemt inderdaad toe, maar het aantal docenten groeit overeenkomstig mee. In de komende jaren komen er volgens plan zo'n 150 docenten bij."

Volgens Beljon is de werkdruk te wijten aan het feit dat docenten steeds meer onderwijsopdrachten hebben gekregen, zonder dat daar extra uren voor beschikbaar zijn gemaakt. "Lessen als omgaan met terrorisme, etnisch profileren, diversiteit, raadsman bij het verhoor, omgang met sociale media, digitale opsporing, mensen met verward gedrag et cetera zijn er allemaal bij gekomen. Dat heeft de docenten extra belast. Wij zoeken naar oplossingen om die druk weer te verlagen."

De directie van de Politieacademie heeft wel begrip voor de zorgen van de docenten, stelt Beljon. "Uitbreiding is voor een onderwijsorganisatie altijd een moeilijk en kritiek proces. We staan voor een pittige opgave. Met dit besef heeft de directie al twee jaar geleden een geleidelijke groei afgesproken met de korpsleiding. Voor de groei van de instroom komen er naar rato even zo veel docenten bij. Ook vindt uitbreiding van middelen plaats. Zo wordt dit jaar een nieuwe opleidingslocatie in het midden van het land geopend."

'Directie Politieacademie moet in gesprek met docenten'

De korpsleiding van de Nationale Politie liet in een verklaring weten de "grote opgave" die van docenten wordt gevraagd te zien. "Mede naar aanleiding van de brief van de docenten heeft de korpsleiding aan de leiding van de Politieacademie gevraagd om het gesprek met hen aan te gaan."

Op ACP-voorzitter Van de Kamp heeft die verklaring niet veel indruk gemaakt. "Met docenten praten verandert niks aan de situatie. Zonder nieuwe mensen en meer middelen kunnen ze helemaal niets oplossen. Dit is een vraagstuk voor de korpsleiding en de minister, niet voor de docenten."