De gevolgen van de droge zomer van vorig jaar zijn nog altijd merkbaar. Weeronline meldt dat er gemiddeld over het hele land sprake is van een neerslagtekort van 65 millimeter, terwijl er in een normaal jaar op 31 maart een overschot van zo'n 200 millimeter is.

De regionale verschillen zijn groot. Op de zandgronden in het zuiden en oosten van Nederland is sinds 1 april 2018 100 tot 200 millimeter minder neerslag gevallen dan verdampt.

In Noord-Holland, Zuid-Holland, Drenthe en op de Veluwe is inmiddels wel sprake van een neerslagoverschot. In de rest van het land is een tekort van 10 tot 60 millimeter.

Vooral op de zandgronden is nog onvoldoende regen gevallen om het grondwaterpeil weer op een normaal niveau te brengen. Dit betekent dat bij een nieuwe periode van droogte in het nieuwe groeiseizoen, dat op 1 april begint, sneller dan gebruikelijk problemen kunnen ontstaan.

Waterschappen hebben van extreme droogte geleerd

In meerdere waterschappen gold een onttrekkingsverbod van grond- en oppervlaktewater, waar met name boeren last van hadden. Het laatste verbod op het gebruik van grondwater werd pas eind februari opgeheven. Het verbod gold nog in het gebied van waterschap Rijn en IJssel in het oosten van het land.

Waterschappen hebben van de extreme droogte geleerd dat het nodig is om in de winter waterbuffers zoveel mogelijk aan te vullen. Waterschap Rijn en IJssel deelde afsluiters voor sloten uit aan boeren, zodat regenwater in de sloten bleef staan.

Stuwen hebben de hele winter in de zomerstand gestaan.

KNMI kan nog geen voorspelling doen over komende zomer

Het KNMI kon vorige maand nog geen voorspelling doen of het deze zomer weer zo droog wordt als vorig jaar. "Het is nog veel te vroeg om daar wat over te zeggen", aldus een woordvoerder.