De politie heeft vorig jaar bijna 160.000 mensen verdacht van een misdrijf. Dat zijn er bijna tienduizend minder dan in 2017, blijkt uit cijfers van het CBS. In totaal gaat het om 0,9 procent van de bevolking van twaalf jaar en ouder: 130.000 mannen en 30.000 vrouwen.

In het afgelopen decennium daalde het aantal twaalf- tot achttienjarige verdachten van 44.000 in 2009 tot 16.000 in 2018. De afname van het aantal verdachte jongens van twaalf tot vijftien jaar is het grootst (70 procent). Onder volwassenen daalde het aantal verdachten met 42 procent.

De gemeenten Den Haag en Rotterdam telden vorig jaar naar verhouding de meeste verdachten (1,6 procent). Ook Lelystad, Vlissingen en Almere hadden per hoofd van de bevolking in verhouding meer verdachten.

Het laagste aantal verdachten was te vinden in Dinkelland en Sint Anthonis. In beide gemeenten werd 0,3 procent van de bevolking verdacht van een misdrijf.

Een op de drie verdachten werd verdacht van een vermogensmisdrijf

Zeker een op de drie verdachten kwam in beeld bij de politie voor het plegen van een vermogensmisdrijf, zoals als diefstal, heling en verduistering. Een op de vijf was verdacht voor een geweldsdelict.

In de afgelopen tien jaar daalde het aantal verdachten van een geweldsmisdrijf harder dan het aantal verdachten van een vermogensmisdrijf. Dit is gedeeltelijk te verklaren door de naar verhouding kleine afname van het aantal verdachten van winkeldiefstal.