Een meerderheid van de basisschooldocenten merkt dat de werkdruk in de klas is afgenomen door investeringen in het onderwijs. Toch is de werkdruk volgens hen nog altijd te hoog, meldt Trouw dinsdag op basis van cijfers van DUO Onderwijsonderzoek & Advies.

56 procent van de ongeveer zeshonderd respondenten ondervindt een enigszins lagere werkdruk, terwijl 7 procent zelfs vindt dat de werkdruk sterk is verlaagd. 33 procent zegt geen verschil te merken.

Het geld dat minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob uittrok voor de verlaging van de werkdruk op basisscholen zou dus effect kunnen hebben gehad.

Simone van Geest van de Algemene Onderwijsbond (AOb) is gematigd positief, laat ze aan Trouw weten. "Dit was een grote stap die we nodig hadden in het basisonderwijs en het is mooi dat het helpt. Maar het is nog lang niet genoeg. Daarom stonden we vorige week weer op het Malieveld om te staken."

'Het geld is een druppel op de gloeiende plaat'

Sinds dit schooljaar krijgt elke school 155 euro per leerling om de hoge werkdruk aan te pakken. Dat besluit werd genomen nadat onderwijsvakbonden, schoolbesturen en minister Slob in februari 2018 een akkoord over terugdringing van de werkdruk in het primair onderwijs hadden bereikt.

Ondanks de positieve effecten vinden veel leraren nog steeds dat ze een te hoge werkdruk hebben. 59 procent noemt de veranderingen door het akkoord van Slob een "druppel op de gloeiende plaat".