Drie kwart van de Friezen zegt trots te zijn op de provincie waarin zij woont. Inwoners van Zuid-Holland zijn het minst trots op hun provincie, zo blijkt uit een onderzoek van I&O Research in opdracht van de NOS en de regionale oproepen.

Het onderzoek dat is uitgevoerd onder 24.334 Nederlanders, toonde dat de meeste ondervraagden zich verbonden voelen met Nederland als geheel (57 procent), gevolgd door de woonplaats (32 procent), dan pas met provincie (21 procent) en als laatste de regio (19 procent).

Dat geldt niet voor Friezen, Groningers, en Limburgers. Zij blijken een sterkere band te hebben met hun provincie dan met Nederland. Groningers en Friezen zijn vooral trots op hun taal en de natuur in hun omgeving. Limburgers zijn trots op hun bourgondische levensstijl, het dialect en carnaval.

Vooral de mensen uit Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht en Flevoland voelen meer een band met hun woonplaats dan met hun provincie. Daarbij zijn inwoners uit Noord- en Zuid-Holland trots op de zee en de duinen. Utrechters zijn vooral trots op hun stad en een kwart van de Flevolanders is trots op de inpoldering van hun provincie.

Verschillen tussen leeftijdsgroepen

Er is een groot verschil tussen de eigenschappen waar jongeren en ouderen trots op zijn. Jongeren zijn trotser op de mentaliteit van de mensen in hun provincie. In de noordelijke en oostelijke provincies is dat de nuchterheid en in de zuidelijke provincies de gemoedelijkheid.

Jongeren in Utrecht, Rotterdam en Groningen zijn erg trots op hun stad. Een stuk trotser dan oudere inwoners. Ouderen zijn juist trotser op de natuur in hun provincie, zoals het bos, de zee, de duinen en het landschap.

Deel schaamt zich ook voor de provincie

Ondanks dat drie kwart van de Nederlanders trots is op haar provincie, zegt 29 procent zich ervoor te schamen. Het meest genoemde aspect in alle provincies waar schaamte bestaat, is de heersende mentaliteit.