Vijf mannen die een rol hebben vervuld bij de zogeheten Utrechtse 'liquidatiebende' hebben maandag in hoger beroep celstraffen tot 14,5 jaar gekregen. De straffen zijn fors hoger dan de rechtbank eerst oplegde.

De mannen werden in 2015 opgepakt en bleken toen grote wapenvoorraden, gestolen auto's en PGP-telefoons (waarmee criminelen 'verborgen' kunnen communiceren, red.) in hun bezit te hebben.

Ze hadden ook heimelijk gemaakte beelden van twee slachtoffers: Abderrahim Behadj en Ranko Scekic. Zij werden in mei en juni 2016 omgebracht in Amsterdam en Utrecht. De aanklagers noemden de mannen eerder een "uitzendbureau voor moorden op bestelling".

In de eerste aanleg werden net als nu door het Openbaar Ministerie (OM) straffen tot zeventien jaar cel geëist. De rechtbank besloot toen echter straffen tot acht jaar op te leggen, omdat er geen bewijs werd gezien voor concrete moorden of plannen daartoe. Nu wordt door het hof in Amsterdam wél genoeg aanleiding gezien om de mannen hiervoor te veroordelen.

Justitie zei als reactie hierop dat een wetswijziging nodig was. "De bedoeling is nadrukkelijk dat vroegtijdig kan (en moet) worden ingegrepen, terwijl een strafrechtelijke vervolging mogelijk blijft. Het kernpunt in de zaak 26Koper is of er te vroeg is ingegrepen om te kunnen spreken van strafbare voorbereiding", aldus het OM.