Basisscholen krijgen eerder extra geld om de werkdruk te verlichten. Dit schooljaar kreeg een gemiddelde school daarvoor al 35.000 euro, maar dat wordt na de zomer jaarlijks een halve ton, schrijft de verantwoordelijke minister Arie Slob (Onderwijs) aan de Tweede Kamer.

Basisscholen verdelen op dit moment de taken voor volgend schooljaar. Ze kunnen met het naar voren gehaalde extraatje bijvoorbeeld extra juffen en meesters, een muziek- of gymleerkracht, een onderwijsassistent of een conciërge aannemen voor na de zomer. Ze kunnen het geld echter ook besteden aan automatisering, die onderwijzers werk uit handen kan nemen.

Het kabinet besloot bij zijn aantreden al geld uit te trekken om de druk op leerkrachten te verlichten. Dat loopt op tot 430 miljoen in het schooljaar 2021/2022 en de jaren daarna; 65.000 euro voor een gemiddelde school.

Het onderwijs vond dat veel te lang duren en drong erop aan dat Slob het geld eerder beschikbaar zou stellen.

CNV Onderwijs is "heel erg blij met het naar voren halen van 94 miljoen euro door minister Slob". De bond gelooft dat de werkdruk hiermee op korte termijn verminderd kan worden, iets waarvoor CNV zegt gelobbyd te hebben. "We lossen hiermee niet het lerarentekort op, maar het is een stap in de goede richting", aldus voorzitter Loek Schueler.

AOb doet besluit af als 'boekhoudkundige truc'

Volgens de Algemene Onderwijsbond (AOb) geeft Slob geen extra geld, maar is er sprake van een boekhoudkundige truc.

Een AOb-woordvoerder stelde: "Het is een kasschuif waarmee geld dat beschikbaar zou komen in 2020/2021 naar voren wordt geschoven. Dat het geld slechts beschikbaar komt voor het basisonderwijs, is een ontkenning van de problemen in andere sectoren, zoals het voortgezet onderwijs en universiteiten."

De landelijke staking op 15 maart op het Malieveld in Den Haag gaat dan ook gewoon door. "Dat Slob hiermee komt, is een begin. En het laat zien dat actievoeren helpt", aldus de woordvoerder.