Volgens de Vogelbescherming dreigen de patrijs, zomertortel, watersnip en wulp binnen tien jaar in een aantal Nederlandse provincies uit te sterven als de provincies geen maatregelen nemen. Landelijk is er sinds 1990 een daling van 40 procent zichtbaar, meldt Trouw.

Vooral in Gelderland en Zuid-Holland is de afname hoog: 80 procent in dertig jaar.

Het gaat volgens de Vogelbescherming "dramatisch slecht" met weidevogels en akkervogels. Oorzaken daarvan zijn bestrijdingsmiddelen, insectensterfte en verlies van leefgebied.

Fred Wouters, directeur van Vogelbescherming Nederland, zegt in de krant dat provincies hun verantwoordelijkheid moeten pakken. De provincies zijn sinds 2017 de verantwoordelijke bestuurslaag voor het natuurbeleid.

Volgens de Vogelbescherming hebben Flevoland, Limburg, Noord-Brabant en Zeeland nog geen serieus beleid voor het behoud van boerenlandvogels.