GGZ Eindhoven schoot volgens het Openbaar Ministerie (OM) ernstig tekort in haar zorg en dat heeft in 2013 geleid tot de dood van een patiënte. De ggz-instelling wordt dood door schuld verweten.

Dat is donderdag duidelijk geworden tijdens een inleidende zitting in de zaak. Een 25-jarige patiënte overleed door overgevoeligheid voor het medicijn dat ze toegediend kreeg.

De vrouw was in 2013 op eigen verzoek overgeplaatst naar de afdeling spoedeisende psychiatrie. Omdat het gewenste effect van de medicatie uitbleef, kreeg de vrouw van de psychiater clozapine voorgeschreven.

De effectieve zorg werd in handen gelegd van een voormalige huisarts die sinds 1 april 2013 bij de instelling in Eindhoven in opleiding was. De patiënt overleed op 28 mei van datzelfde jaar.

Zorg in handen van arts in opleiding door personeelstekort

De instelling wordt nalatigheid verweten. Het OM stelt dat de instelling had moeten weten dat het gebrek aan personeel, zeker op de afdeling spoedeisende psychiatrie, tot problemen kon leiden.

Dat de vrouw in opleiding de zorg kreeg toebedeeld, hing samen met een tekort aan personeel. Volgens justitie schoot het toezicht op de arts tekort.

Toen de patiënte ziekteverschijnselen begon te vertonen, werd daar niet adequaat op gereageerd. Ook voerde ander verzorgend personeel de opdrachten van de arts niet altijd adequaat uit. De vrouw overleed aan de gevolgen van een hartspierontsteking.

Behandelend personeel niet strafrechtelijk vervolgd

Advocaten van de GGzE zeiden donderdag dat het nooit de intentie is geweest om de vrouw niet goed te behandelen. "De geneeskunde is nu eenmaal niet feilloos en artsen ook niet."

De raadslieden vinden het geen zaak voor het strafrecht: "Deze mensen hebben gestudeerd, een eed afgelegd en werken gepassioneerd om mensen te helpen."

De zaak wordt op 26 en 28 maart inhoudelijk behandeld.

Behandelend personeel verscheen al voor tuchtcollege

Het behandelend personeel moest in 2015 voor het medisch tuchtcollege verschijnen.

De leidinggevende psychiater heeft verklaard dat hij overbelast was en dat zijn afdeling met onderbezetting kampte. Hij had dit, zonder succes, ook aangekaart bij het bestuur van de afdeling en dreigde ontslag te nemen.

De arts en haar leidinggevende, de psychiater, kregen respectievelijk een waarschuwing en een berisping van het tuchtcollege.