De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzoekt hoe betrokken organisaties hebben gehandeld nadat de Rotterdamse Humeyra diverse aangiften tegen Bekir E. had gedaan wegens stalking en bedreiging. Hij wordt verdacht van het doodschieten van het zestienjarige meisje.

E. kreeg eerder een contactverbod opgelegd, nadat Humeyra aangifte tegen hem had gedaan vanwege bedreiging en mishandeling.

Het slachtoffer besloot in december opnieuw aangifte te doen. Ze had een foto toegestuurd gekregen waarop een persoon met wapens te zien was. Op dat moment had E. al drie weken geen contact met haar gezocht.

Op de dag van de schietpartij, 18 december, had het meisje een afspraak op het politiebureau om haar aangifte verder toe te lichten. Drie kwartier vóór de afspraak werd ze doodgeschoten in het fietsenhok van haar school in Rotterdam-West.

Het onderzoek richt zich op de politie en op Reclassering Nederland. Mogelijk worden ook instanties als het Openbaar Ministerie (OM), Slachtofferhulp Nederland, Veilig Thuis en het Veiligheidshuis betrokken bij het onderzoek.

"Dit onderzoek is gericht op lessen die de organisaties kunnen leren uit de gevolgde aanpak, zowel ten aanzien van het slachtoffer als ten aanzien van de verdachte", meldt de inspectie donderdag.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!