Het Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag in hoger beroep tot zeventien jaar gevangenisstraf geëist tegen vijf mannen die een centrale rol zouden hebben vervuld in een zogenoemde liquidatiegroep. Volgens de aanklagers staat vast dat de verdachten zich bezighielden met het voorbereiden van moorden.

De hoogste strafeisen van zeventien jaar zijn tegen Jaouad W. (39) en Werner E. (39). Ayyoub Y., (35) Levi B. (31) en Zakaria S. (32) hoorden zestien jaar eisen. 

Bij de aanhouding van de mannen in 2015 werden grote wapenvoorraden, gestolen auto's en een grote hoeveelheid PGP-telefoons gevonden. Ook bleek dat zij kennelijke doelwitten volgden en observeerden.

Van twee van hen, Abderrahim Behadj en Ranko Scekic, werden heimelijk gemaakte filmopnamen gevonden. Zij werden in mei en juni 2016 in respectievelijk Amsterdam-Zuidoost en Utrecht om het leven gebracht.

Dit vormt volgens het OM een belangrijk deel van het bewijs dat de mannen wel degelijk liquidaties aan het voorbereiden waren. De mannen ontkennen dit, voor zover zij überhaupt hun mond opendoen. Zij beroepen zich voornamelijk op hun zwijgrecht.

Rechtbank zag geen bewijs voor voorbereidingshandelingen moorden

Eind 2016 eiste het OM ook straffen tot zeventien jaar cel. De rechtbank legde toen celstraffen tot acht jaar op. Dit vonnis viel lager uit omdat de rechter de voorbereidingshandelingen voor moorden niet bewezen achtte. Zo was er bijvoorbeeld geen duidelijk doelwit aan te wijzen.

Dat er bij de verdachten observatiebeelden gevonden werden, hoefde er volgens de rechtbank niet op te wijzen dat deze personen vermoord moesten worden.

Lat volgens OM bij eerder vonnis te hoog gelegd

In reactie op het vonnis gaf het OM destijds aan een wetswijziging te willen. Volgens de aanklagers moet de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep van tafel. ''De lat is te hoog gelegd" in het vonnis, dat in hun ogen veel strenger is dan de wet voorschrijft en ook als het wordt vergeleken met beslissingen die andere rechters tot nu toe namen.

Bovendien ligt er volgens hen een bulk aan bewijsmateriaal tegen de mannen, die zij donderdag als ''gewetenloos en in woord en daad volstrekt respectloos" betitelden. ''Een mensenleven telt niet, slechts geld telt".

Ze noemden het vonnis van de rechtbank ''het kernpunt" van de beroepszaak. ''Want op welk moment grijp je in? Ben je te vroeg, dan loop je het risico dat verdachten vrijuit gaan. Ben je te laat, dan bestaat het gevaar dat een moordplan wordt uitgevoerd, dat omstanders daarbij worden geraakt of dat zelfs de verkeerde wordt doodgeschoten."

Donderdagmiddag en vrijdag voeren de advocaten het woord in de zaak. Het hof doet uitspraak op 11 maart.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!