De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzoekt hoe de politie en het Openbaar Ministerie (OM) omgaan met slachtoffers van aanranding of verkrachting. 

Hiervoor zal de Inspectie vooral met slachtoffers zelf praten over de manier waarop met hen is omgegaan, is maandag bekendgemaakt.

Het onderzoek, dat zich richt op dossiers uit 2017 en de eerste helft van 2018, moet ertoe leiden dat de omgang met slachtoffers "waar nodig verbetert". Het onderzoek wordt uitgevoerd bij vijf eenheden van de politie, te weten Den Haag, Rotterdam, Oost-Nederland, Zeeland-West-Brabant en Limburg. 

Meerderjarige slachtoffers zal worden gevraagd of ze willen meewerken. 

Zedenzaak in Hoorn is aanleiding voor onderzoek

De zedenzaak in Hoorn is een van de redenen om het onderzoek te starten. Een vrouw die slachtoffer werd van aanranding en ook bijna werd gewurgd, wist de dader zelf op te sporen. Hij had haar telefoon gestolen en via de app Find My iPhone wist de vrouw het toestel te lokaliseren.

Na verder onderzoek, wat ertoe leidde dat ze de dader herkende, gaf ze de informatie door aan de politie. Maar agenten kwamen pas maanden later in actie. 

De inspectie concludeerde in deze zaak dat de politie fouten had gemaakt en te passief had opgetreden.

Onderzoek op verzoek Tweede Kamer

Justitieminister Ferd Grapperhaus heeft het brede onderzoek in gang gezet op verzoek van de Tweede Kamer. Het richt zich op mogelijke belemmeringen voor slachtoffers als zij aangifte doen van aanranding of verkrachting.

Ook kijkt de inspectie naar het opsporingsonderzoek en of het besluit om al dan niet te vervolgen, is meegedeeld aan de aangeefster of aangever. Doel is te kijken of en hoe de bejegening van slachtoffers in het opsporingsproces kan worden verbeterd.