Poelier en wildgroothandel Pieter van Meel uit Amsterdam gaat het vlees van afgeschoten edelherten uit de Oostvaardersplassen verkopen, meldt Staatsbosbeheer vrijdag.

Van Meel begint daar pas in januari mee. Dan pas krijgen restaurants en particulieren ook meer informatie over hoe ze aan het vlees kunnen komen en wat het gaat kosten, aldus Staatsbosbeheer vrijdag.

Staatsbosbeheer moet in opdracht van de provincie Flevoland 1.830 edelherten in de Oostvaardersplassen afschieten. Daar is de dienst deze week mee begonnen. Er zijn tot nu toe enkele tientallen herten gedood.

Een deel van de dode herten blijft in het natuurgebied liggen als prooi voor ander wild. Zieke dieren worden afgevoerd naar een destructiebedrijf.

Het merendeel van de herten wordt verkocht voor consumptie, omdat het volgens Staatsbosbeheer niet duurzaam is om goed vlees zomaar weg te gooien. Er wordt nog gezocht naar een goed doel om een deel van het vlees aan te schenken.

Koelinstallatie in Oostvaardersplassen geplaatst

In de Oostvaardersplassen is een koelinstallatie geplaatst. Een gedood hert wordt van de ingewanden ontdaan en in de koeling geplaatst. De poelier haalt de kadavers op en laat ze een tot twee weken besterven, zoals altijd gebeurt met geschoten wild.

Daarna keurt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) elk dier. Goedgekeurd vlees wordt daarna verwerkt voor de verkoop.

Staatsbosbeheer houdt naar eigen zeggen geen geld over aan de verkoop van hertenvlees.