De doodgeschoten broer van kroongetuige Nabil B. vroeg wel om beveiliging, zeggen direct betrokkenen tegen Het Parool. Het Openbaar Ministerie (OM) zei eerder dat de man slechts een beperkte vorm van beveiliging wilde.

De familie van B. had meerdere malen aangedrongen op beschermingsmaatregelen en gewezen op de zorgplicht van de overheid, zeggen de bronnen tegen de Amsterdamse krant.  Reduan B. (41) wilde van het OM weten welke maatregelen nodig waren, vóór hij op 29 maart werd doodgeschoten bij zijn werk. 

Zes dagen voor de moord werd Nabil B. (31) naar buiten gebracht als kroongetuige in meerdere onderzoeken naar liquidaties. Op dat moment werd zijn familie niet of nauwelijks beveiligd. Volgens Het Parool dacht de familie dat de bekendmaking pas zou plaatsvinden na de arrestatie van de kopstukken in de liquidatiezaak.

Een van de betrokkenen spreekt van een "fundamentele onderschatting van de ernst van de dreiging", maar volgens het OM is er op basis van de beschikbare informatie een inschatting gemaakt van de risico's en zijn vervolgens maatregelen getroffen.

OM blijft bij eerdere uitspraken

Het OM heeft Het Parool laten weten dat Reduan ondanks "nadrukkelijke uitnodigingen" niet in gesprek wilde over beschermingsmaatregelen en dat adequate beveiliging zonder zijn medewerking niet mogelijk was. De organisatie houdt vast aan de eerdere uitspraken.

Ook zegt het OM dat er na de kroongetuigepresentatie werd gewerkt aan "aanvullende beperkte maatregelen" rond Reduans werkplek. Dat dit pas na de bekendmaking gebeurde, was volgens het OM niet ongebruikelijk. 

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!