Steeds meer ouderen die gebruikmaken van de Wmo, de wet die deze groep helpt zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, voelen zich erg eenzaam. Dat blijkt uit cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) die dinsdag zijn gepresenteerd.

Tegelijkertijd denkt een steeds groter deel van deze groep geen beroep op het eigen sociale netwerk te kunnen doen als zij hulp nodig hebben.

Maar liefst 85 procent van de Wmo-gebruikers vreest geen sociaal vangnet te hebben als zich een noodsituatie voordoet. Onder ouderen die geen gebruik van de Wmo maken, geldt dit voor een op vijf mensen.

Het SCP constateert dat deze cijfers in tegenspraak zijn met aannames die de overheid doet. Het beleid van de overheid rekent erop dat mensen juist een steeds groter beroep kunnen doen op hun netwerk en zo dus langer alleen thuis kunnen blijven wonen.

Ouderen missen een intieme relatie en vertrouwenspersoon

Het aantal eenzame ouderen is de afgelopen jaren niet gedaald, constateert het SCP. De eenzaamheid wordt vooral ervaren door het ontbreken van een intieme relatie met iemand of het ontbreken van een vertrouwenspersoon.

In 2015 werden rijkstaken en bijbehorende budgetten van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet overgedragen aan gemeenten. In 2016 maakte bijna een half miljoen Nederlandse ouderen gebruik van de Wmo.

Het aandeel 75-plussers dat huishoudelijke hulp krijgt, daalde met bijna een kwart, staat verder in het rapport. Het is niet duidelijk waarom dit aandeel is gedaald.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!